24 november 2008

Lang leve het verkochte kindje!

Twee jonge ouders uit het Gentse verkochten hun ongewenste baby aan een Nederlands koppel, dat graag een kindje wou. In de pers en op internetfora is het hek van de dam en worden zware straffen geëist voor dit monsterlijk geval van mensenhandel. Ik pleit voor wat meer begrip voor de ouders.

In plaats van het te laten aborteren of na een achterkamerbevalling in een kussen te smoren, kozen deze mensen ervoor, hun kindje – na een ongetwijfeld moeilijke en lange zwangerschap – op de wereld te zetten en het, zoals het goede ouders past, alle kansen op een goed leven te schenken. Dat ze zichzelf gezien hun huidige levensomstandigheden daartoe niet in staat achtten, getuigt van zelfkennis en wijsheid. Zoals het goede ouders betaamt vertrouwden ze op hun eigen oordeel over de te volgen weg. En dus zochten ze zelf een beter tehuis voor hun ongeboren kind, eerder dan het blindelings in het riviermandje van een adoptieorganisatie te leggen.

Maakt het dan werkelijk zo'n groot verschil uit dat die mensen geld voor hun kindje ontvingen? Toegegeven, ze handelden als een niet-erkend privé-adoptiebureau, maar wat dan nog? Waarom moet de staat het alleenrecht hebben op het verhandelen van kinderen? Ja, waar haalt de staat überhaupt het recht vandaan om ongewenste zuigelingen in beslag te nemen en ze vervolgens aan het 'meestplooiende' (en ook diep in de portefeuille tastende) gezin door te verkopen?

Overigens heeft het Gentse ouderpaar zijn eerste adoptiedossier schijnbaar grondig voorbereid: zelfs nu de zaak aan het licht gekomen is mag de baby voorlopig bij de Nederlandse 'wensouders' blijven. Zo slecht kan het bij die mensen dan toch niet zijn.

Een doorslaggevend argument tegen de beschuldiging van 'kinderhandel' is dat de Nederlandse ouders van bij het begin een advocaat inschakelden en dat ze - althans, dat zeggen ze zelf - ook de gynaecoloog en de therapeut van de moeder inwijdden. Als dàt kinderhandel is, wat is dan de legale adoptieprocedure anders dan een monopolie van de staat op kinderhandel?

Maar het meest ergerlijke aan de hele zaak is nog de rol die de pers zichzelf toemeet. Had journalist Roelof Bosma het verhaal niet uitgebracht, zou dit kindje vandaag evenveel uitzicht op een gelukkige jeugd bij 'goede ouders' hebben als elke gemiddelde zuigeling. Nu is de kans reëel dat Roelof Bosma het leven van vijf mensen in de vernieling geschreven heeft (en hij verdient er nog geld aan).

De Standaard (24 november) drijft dit fait divers nog verder op de spits en maakt er een zaak voor het wereldtribunaal van: "De grond van de zaak is moreel onaantastbaar: kinderen hebben recht op ouders, op goede ouders die het beste met hun voor hebben. Die stelling is niet omkeerbaar.", aldus Veerle Beel.

Ziedaar, alweer een mensenrecht erbij: het recht op goede ouders (let op het meervoud). Gemakkelijk gezegd natuurlijk, en welgemeend applaus op alle emobanken, maar hoe gaan we dat recht in een meetbaar criterium formuleren? En vooral, hoe het vervolgens toepassen? Gaan we alle gescheiden en alleenstaande ouders vervolgen als schenners van het Beelse meervoud? Mogen pubers of jonge volwassenen binnenkort hun ouders voor het gerecht slepen en schadevergoedingen eisen omdat ze 'niet het beste met me voorhadden'?

Zo'n 'recht' is natuurlijk pure nonsens. Van een mensenrecht kan pas sprake zijn als je het (minstens in principe) universeel kunt toepassen, dus op alle mensen, nu en in de toekomst. Daarom zijn 'vrije meningsuiting' en 'niet gefolterd worden' mensenrechten, 'goede ouders hebben' niet.

'Goede ouders, die het beste met je voorhebben' is niet meer dan een welgemeende, innige wens of in het beste geval een nobel streven. Jammer genoeg is die wijsheid aan Roelof Bosma en zijn pennegenoten niet besteed.

20 november 2008

Zaak-Vanhecke ongrondwettelijk?

Gisteren schreef ik op deze blog dat het gerecht in de zaak-Vanhecke tegen de letter van de grondwet handelt. Het parket van Dendermonde wil EP-lid Frank Vanhecke vervolgen wegens een vermeend racistisch artikel in een VB-blad, waarvan Vanhecke de verantwoordelijk uitgever was. Tot gisteren bleek uit alle beschikbare informatie dat de auteur van het artikel zich bij het gerecht gemeld had. Als de auteur bekend is (en in België woont) kan volgens artikel 25 van de grondwet de uitgever niet vervolgd worden. Het parket wou Vanhecke toch vervolgen en op vraag van minister van justitie Jo Vandeurzen hief het EP hief Vanheckes onschendbaarheid op. Het parket leek zich van de grondwet niets aan te trekken. Ik kon niet anders dan protesteren. Vandaag nuanceert De Standaard het een en ander. Volgens Wim Winckelmans beschikt het parket over aanwijzingen dat de titel en de gewraakte passages van het artikel niet door de 'auteur' geschreven zijn, maar achteraf door iemand anders gewijzigd gewijzigd werden. "Vraag is dan wie de wijzigingen aan het artikel nog heeft aangebracht. Aangezien het gerecht dat nooit heeft kunnen achterhalen, komt het toch nog bij verantwoordelijk uitgever Frank Vanhecke aankloppen, volgens hetzelfde grondwetsartikel waarachter die zich verschuilt", aldus Winckelmans. Nieuwe informatie, dus. In hoeverre het allemaal klopt, kan ik niet beoordelen. Maar mijn bewering dat 'het gerecht de grondwet overtreedt' kan ik nu niet meer hard maken. Daarom heb ik het bericht van gisteren verwijderd. Waarom ik het voor Vanhecke opnam Sinds de zogenaamde 'zwarte zondag' van 1988 is het Belgische establishment in oorlog met het Vlaams Blok/Belang. Omdat ze in het openlijk separatistische discours van het VB de grootste bedreiging voor het voortbestaan van het land zien (zagen?). Rond de partij werd een cordon sanitair gelegd. De andere partijen eisten voor zichzelf het epitheton 'democratisch' op. De heksenjacht op het VB was open. Sindsdien zijn "alle middelen" goed om het VB te bestrijden (een uitspraak van Louis Tobback). Met vereende krachten zetten het Hof, de kerk, de partijen, de vakbonden, de media, het gerecht, een aantal topindustriëlen deze strijd tot vandaag voort. De vervolging van Frank Vanhecke is slechts een zoveelste veldslag in deze vuile oorlog. Je hoeft overigens geen VB-aanhanger te zijn om dit soort onverwkikkelijkheden aan te klagen. Ook Frieda Brepoels (N-VA) noemt de zaak-Vanhecke onverbloemd een 'politiek proces'. Toch blijft het moeilijk om in het heersende klimaat van onverdraagzaamheid openlijk de verdediging van het Vlaams Belang op te nemen. Het zou goed zijn, mochten wat meer mensen uit 'onverdachte hoek' (desnoods ter indekking van zichzelf Voltaire citerend) de hetze tegen het VB aanklagen. Een wat minder verkrampte houding tegenover een mogelijk uiteenvallen van België zou in deze geen kwaad kunnen. Verkrampt nationalisme is geen goede raadgever, en dat geldt ook voor verkrampt Belgisch staatsnationalisme. Ik ben geen separatist in de zin dat ik een onafhankelijk Vlaanderen als een doel op zich zie. Echter, nog veel minder ben ik bereid om aan België vast te houden ten koste van democratie, rechtsstaat en welvaart. Het zal me worst wezen of ik in de staat België, Vlaanderen, Bruvoorde of Zottekensput woon. Mijn enige criteria zijn: respect voor het gelijkheidsbeginsel en democratie; vrijheid, rechtsstaat, vrede en welvaart. Mijn overtuiging is dat een consequente toepassing van de eerste twee criteria, gelijkheid en democratie, volstaat om de andere te garanderen. Democratie volgt dan weer logisch uit het gelijkheidsbeginsel, dat op zijn beurt gegrondvest is op de vaststelling dat er geen verdedigbaar argument bestaat voor een ongelijkheidsbeginsel (zie deze tekst van Jos Verhulst voor een meer filosofische onderbouw van deze redenering). In België staan al deze waarden op de helling. Het meest acuut is de welvaart bedreigd. Ik zie dat als een structureel probleem, dat dus om structurele oplossingen vraagt (daarover ging mijn allereerste artikel op deze blog, dat - in alle bescheidenheid - nog niets van zijn actualiteitswaarde ingeboet heeft). Maar het gebrek aan democratie in België staat zulke structurele oplossingen in de weg. De 'Belgische kwestie' is in de grond niets anders dan een vraag van democratie.

30 oktober 2008

VS: meer dan 150 referenda op de dag van de presidentsverkiezingen

Op 4 november spreken de Amerikaanse kiezers zich niet alleen uit over de personenkwestie "Obama of McCain?", maar ook over 152 andere vragen. In maar liefst 36 Amerikaanse deelstaten mogen de burgers beslissen over thema's zoals hernieuwbare energie, het homohuwelijk of het opnemen van kredieten door overheden. In 59 gevallen gaat het om een referendum op initiatief van de burgers zelf. De andere referenda werden door commissies of parlementen geïnitieerd of zijn wettelijk verplicht. In totaal mogen de Amerikaanse burgers in 2008 over 273 vragen zelf beslissen, waarvan er 68 "van onderaf" opgestart werden. In 24 deelstaten kunnen de inwoners dank zij een initiatiefrecht zelf politieke vragen op de agenda zetten. Deze mogelijkheid bestaat sinds 1898. Volgens het Initiative & Referendum Institute (IRI) kent het burgerinitiatief in Amerika sinds 1990 een hogere vlucht dan ooit: maar liefst 741 initiatieven werden opgestart. Vandaag bestrijkt de burgerwetgeving in de VS een breed spectrum, gaande van het homohuwelijk of de steun aan minderheden tot dierenbescherming en het medisch gebruik van marihuana. Maar ook thema's met een weerslag op de begroting zijn niet uitgesloten. Zo hadden alleen in de maand november 15 referenda plaats over de vraag of de overheid kredieten mag opnemen (bvb. voor alternatieve energiebronnen, medische zorgverstrekking of hogesnelheidstreinen). Meer informatie over directe democratie in Amerika : http://www.iandrinstitute.org Klik hier voor een overzicht van alle lopende referenda in de VS. (Deze tekst is een vrij bewerkte vertaling van een persbericht van Mehr Demokratie)

06 oktober 2008

Neen, de EU is niet democratischer dan België

(verschenen in De Standaard op 9 oktober 2008, als reactie op de bijdrage "Staat van ontbinding" van Peter De Graeve in DS van 6 oktober 2008; zie ook onderaan voor De Graeves tekst)

Enerzijds heeft Peter De Graeve gelijk : België is een ontspoorde democratie. Anderzijds slaat hij de bal grondig mis: de EU is, anders dan De Graeve beweert, niet democratischer dan België. Wel integendeel.

De machtigste instellingen van de EU, de Raad en de Commissie, zijn niet democratisch door de kiezer gelegitimeerd. De leden van de Raad (de staats- en regeringsleiders en de ministers) zijn alleen verantwoording verschuldigd tegenover hun nationale parlementen, die geen Europese bevoegdheden hebben. Streng genomen hebben de EU-ministers in de Raad geen enkel Europees mandaat van de kiezer gekregen: in het beste geval komen ze bij nationale verkiezingen op. Eigenlijk bestaat er dus geen institutionele tegenmacht voor de Raad.

De EU kent geen ware scheiding der machten. Wetgevende en uitvoerende bevoegdheden zijn verdeeld over de Raad, de Commissie en het Parlement, met een duidelijk machtsoverwicht voor de eerste twee. De rechters van het Hof van Justitie in Luxemburg worden door de nationale regeringen (dus door de leden van de Raad) in onderlinge overeenstemming benoemd. En vooral: herbenoemd. Als garantie voor rechterlijke onafhankelijkheid kan dat tellen.

Het Europees Parlement is allesbehalve een volwaardig parlement. Het mag de Commissie verzoeken om aan de Raad wetgevingsvoorstellen voor te leggen, stel je voor! Op de meest gevoelige domeinen heeft het parlement slechts adviesrecht. Zelfs over de begroting heeft het geen volwaardig beslissingsrecht. Naar mijn weten is de EU de enige ‘democratie’ waar het parlement niet alleen in de praktijk, maar zelfs in theorie ('institutioneel') een zo zwakke instelling is.

Het Lissabon-verdrag schaaft dit democratisch deficit hier en daar wat bij. Toch blijft het parlement in de belangrijkste domeinen verstoken van de ultieme beslissingsmacht of een veto. Bovendien voert ‘Lissabon’ ook een aantal uitgesproken ondemocratische mechanismen in. Zo zullen in de EU-na-Lissabon de 27 staats- en regeringsleiders, en zij alleen, beslissen over militaire EU-operaties in andere delen van de wereld, dus over oorlog en vrede.

Waarlijk, ik vraag me af waar Peter De Graeve in de EU meer democratie vindt dan in België.

De opinietekst van De Graeve (bron: De Standaard, 6-10-08)

Staat van ontbinding

De bankcrisis kon de aandacht even afleiden van de institutionele problemen, en politici de kans gegeven 'staatsmanschap' te tonen. Maar sneller dan gehoopt zullen de communautaire problemen weer de kop opsteken, zegt Peter Degraeve .

Analisten zeggen in koor dat we in het oplossen van onze communautaire problemen nog geen stap verder staan. Er is nu een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap beloofd, al weet iedereen dat het gesprek helemaal niet tussen de 'gemeenschappen' gevoerd zal worden. Redelijkheid, matiging en vriendschap zijn de deugden die van de gesprekspartners worden verlangd. Dat klinkt mooier dan het is… De communautaire problemen zijn fundamenteel, omdat ze zowel de werking als het ideaal zelf van de democratie bedreigen. Vlamingen en Franstaligen hebben geen verschillende kijk op de werkelijkheid omdat ze een andere taal spreken en (dus) tot verschillende gemeenschappen behoren. Dat zou een etnische en bijgevolg racistische verklaring van de politieke crisis inhouden. Vlamingen en Franstaligen hebben een andere visie op België omdat ze een andere invulling hebben van de idee 'democratie'. Wie de communautaire breuklijnen ontleedt vanuit een democratisch kader, stelt vast dat Franstaligen de vrijheid, Vlamingen de gelijkheid vooropstellen als basisbeginsel van de staat. De ruzies over taalgebruik in België, in Brussel en in de Rand zijn terug te voeren op een politiek gevecht om de superioriteit van die idealen, vrijheid of gelijkheid. Franstaligen verdedigen de persoonlijke vrijheid om hun taal, het Frans, te spreken waar ze wonen. Vlamingen vragen dat Franstaligen zich als gelijken onder hun gelijken gedragen, en het Nederlands (leren) spreken in Vlaanderen. Om dezelfde reden streven Vlamingen naar de gelijke behandeling van het Nederlands in Brussel, of verzaken ze aan het recht om hun taal te spreken in Wallonië. Ze passen het gelijkheidsbeginsel in wederkerigheid toe. Hieruit blijkt dat de communautaire strijd alles behalve etnisch gestuurd wordt. Het betreft daarentegen een essentieel politiek gevecht om de interpretatie van wat voorrang heeft in een democratie, vrijheid of gelijkheid. Het communautaire is dus geen schijnprobleem. Het raakt het hart van onze democratie. Het vormt hét fundamentele probleem van deze staat. In België bestaan twee democratieën. Maar het zijn niet de twee die Bart De Wever op het oog heeft, een Vlaamse en een Waalse. Het is complexer. Er is een Belgische democratie en er is een Vlaamse democratie. Die twee bestaan niet naast, maar 'in' elkaar. De Belgische democratie heeft een Franstalige sokkel, wordt sedert 1830 door de vrijheidsidee gedragen en heeft de stad Brussel als politieke basis. De Franse dichter Baudelaire heeft dit fenomeen in 1865 al vlijmscherp geanalyseerd. In het perspectief van die libertaire Belgische democratie is de visie van FDF-voorzitter Maingain, dat alleen een forse uitbreiding van Brussel garandeert dat 'België niet wordt gesplitst', perfect logisch. Binnen die logica is zijn uitspraak perfect legitiem. Maingain verdedigt de Franstalige idee van een Belgische, politiek gedereguleerde democratie. Een land, waar ieder (die Franstalig is) zijn zin kan doen. Vlamingen beweren net het tegenovergestelde, namelijk dat alleen de splitsing van BHV en het behoud van Brussel binnen de huidige grenzen de garantie is voor het behoud van het land. Zij verdedigen de idee van een gereguleerde democratie, met een beperking van de Franstalige individuele vrijheid. Wij beleven de crash van een 'politiek kapitalisme': België moet kiezen tussen de Vlaamse taalregulering of de Franstalige graailinguïstiek. Als sociaaldemocraat kies ikzelf voor de bescherming van de gelijkwaardigheid, tegen de ongebreidelde vrijheid. Het door elkaar heen bestaan van twee democratieën, de Vlaamse egalitaire en de Belgische libertaire, maakt het probleem quasi onontwarbaar. België zal niet verdampen, zoals de liberaal De Gucht beweert. Dat is wishful thinking. In andere EU-lidstaten leeft de idee van de verdamping geenszins. Waarom dan wel in België? De illusie van de verdamping komt voort uit de recente geschiedenis. Bovenaan bevindt zich Europa. De EU kampt weliswaar met een ernstig democratisch deficit, zoals de referenda over de grondwet pijnlijk duidelijk maakten. Maar de uitdaging van de democratisering wordt op het Europese niveau niettemin ernstig genomen. Onderaan bevindt zich de Vlaamse democratie. Tussen beide in zit de doodzieke Belgische democratie. Wie beweert dat België zal verdampen doet alsof de geschiedenis het Belgische probleem wel zal oplossen. Maar het is net andersom: wij moeten de problemen oplossen de geschiedenis ons heeft nagelaten. Van de drie niveaus': Europa, België, de Vlaamse deelstaat, is het Belgische vandaag ronduit het minst democratische. Daarom dreigt de communautaire dialoog te mislukken: niet twee gemeenschappen zitten er tegenover elkaar, maar een wil en een onwil tot democratisering… België verdampt niet. Het verkrampt. Hoe graag we het ook zouden willen, België is geen democratie. Deze staat is van top tot teen, en van begin tot einde, een ontspoorde democratie, een 'failed state' in de woorden Chomsky. Een staat die niet weet welke filosofische principes hem leiden. Die bijgevolg geen principes heeft… Hoe kan dit ooit een democratie zijn? Onze discussies en dialogen zouden al 'half gewonnen' zijn, indien we eerst dat feit onder ogen zagen: de democratie in België, of zelfs de 'democratisering' in Vlaanderen (de zgn. 'Vlaamse Beweging'), is voortdurend ontspoord en blijft maar ontsporen. Waarom zou het morgen anders zijn? Zo groot zijn onze redelijkheid en onze vriendschap, dat ze overlopen. Alleen onze democratie staat onder. We vergeten te makkelijk dat redelijkheid en vriendschap in de politiek niet het begin zijn van het gesprek, maar het beoogde resultaat. Ze zijn niet de voorwaarde voor democratie, maar de vruchten ervan. Wie wil oogsten, moet eerst zaaien. Peter De Graeve doceert filosofie aan de UA

30 september 2008

NSPD-51, of hoe G.W. Bush de democratie kan lamleggen

Vorige week keurde het Amerikaanse Congres zonder noemenswaardig debat en met een overweldigende meerderheid (392 voor, 39 tegen) het defensiebudget voor 2009 goed : 612 miljard dollar. Let wel, in dat bedrag zit maar een fractie van het budget voor de operaties in Afghanistan en Irak - daarvoor moeten de verkozenen later nog extra fondsen vrijmaken. De Amerikaanse defensieuitgaven overtreffen die van alle andere landen van de wereld samen. De voor de hand liggende vraag of een deel van dat geld misschien voor het 'Paulson-plan' (het plan om 700 miljard dollar belastinggeld in de vrijemarkteconomie te pompen) gebruikt kon worden, lijkt niemand te (durven?) stellen. Begrijpe wie kan. Gisteren kelderde een meerderheid van Republikeinse afgevaardigden op het laatste nippertje dat 'Paulson-plan'. De facto vormt de Republikeinse regering-Bush nu samen met een grote Democratische meerderheid front tegen de Republikeinse basis. Begrijpe wie kan. (En voor wie zich afvraagt waarom het Congres net vandaag een dagje vrij had: vandaag is Hosh Hashanah, het joodse Nieuwjaar, en dus komt het Amerikaanse Congres niet bijeen, ook al zit het land in de diepste economische crisis sinds de jaren dertig. Begrijpe enz.) Wat als het Congres het Paulson-plan later deze week definitief door de versnipperaar jaagt? Ik voel me niet in staat om de economische en financiële aspecten van de zaak te beoordelen, maar aangezien het net zo goed om een politieke beslissing gaat, is een minstens even relevante vraag: welke alternatieven hebben Bush, Paulson, Bernanke en anderen nog als het Congres ze met een kluitje in het riet stuurt? Een van die alternatieven wil ik kort toelichten. Meer bepaald wil ik het hebben over twee opmerkelijke richtlijnen, 'presidentiële richtlijnen voor nationale veiligheid' genoemd, die president Bush in mei 2007 zowat en stoemelings uitvaardigde: NSPD-51 en HSPD-20. De afkortingen staan voor 'National/Homeland Security Presidential Directive'. Ondanks hun merkwaardige en explosieve inhoud vonden de klassieke media deze richtlijnen in 2007 het vermelden zelfs niet waard en dus weet u waarschijnlijk niets van hun bestaan af. In de huidige omstandigheden lijkt het me aangewezen, die lacune te vullen. Met NSPD-51 en HSPD-20 kan president Bush zich namelijk voor onbepaalde tijd dictatoriale machten toeëigenen. (En voordat iemand me van complottheorieën beschuldigt: de links hierboven vewijzen naar de website van het Witte Huis). De richtlijnen NSPD-51 en HSPD-20 geven de president technisch-juridisch gesproken de mogelijkheid om in geval van een 'catastrofale noodsituatie' (Catastrophic Emergency) de normale werking van de democratische instellingen uit te schakelen en het bestuur van het land voor onbepaalde duur in eigen handen te nemen. Zulke mogelijkheden bestonden voorheen ook al, maar wel met dit verschil: volgens de nieuwe richtlijnen heeft de president de goedkeuring van het Congres niet meer nodig om zichzelf dictatoriale volmachten toe te kennen. In de richtlijnen wordt het begrip 'catastrofale noodsituatie' omschreven als 'elk incident dat, waar het ook plaatsvindt, uitzonderlijk veel doden of gewonden tot gevolg heeft, of dat leidt tot buitengewone schade of tot ontwrichting van de Amerikaanse bevolking, de infrastructuur, het leefmilieu, de economie of overheidsfuncties' (any incident, regardless of location, that results in extraordinary levels of mass casualties, damage, or disruption severely affecting the U.S. population, infrastructure, environment, economy, or government functions). Zeg nu zelf: is deze definitie van toepassing op de huidige crisis of niet? De vraag stellen is ze beantwoorden. En wie mag beslissen of zo'n catastrofale noodsituatie zich voordoet? Juist, de president. NSPD-51 voorziet dat de president bij een 'catastrofale noodsituatie' de macht zou uitoefenen als leider van een comité van hooggeplaatsten uit de drie machten (zie Definitions 2 (e)). Het codewoord is 'Enduring Constitutional Government', wat zoveel betekent als 'continue grondwettelijke regering'. Voor meer details verwijs ik naar de richtlijn zelf. Ze is niet lang en het is best spannende lectuur. Pikant feit is wel dat belangrijke delen van de richtlijnen geheim zijn. Het bestaan van NSPD-51 en HSPD-20 bewijst alvast dat de omgeving van Bush vorig jaar rekening hield met de mogelijkheid dat de president ooit buiten de wil van het Congres de macht naar zich toe zou moeten trekken. Immers, wie die mogelijkheid categorisch uitsluit verdoet zijn tijd niet met dergelijke juridische spelletjes. Natuurlijk is het nog de vraag of het allemaal zo'n vaart zal lopen. De regering-Bush is buitengewoon onpopulair bij de bevolking en beschikt misschien niet meer over een voldoende sterke machtsbasis (steun van de legertop enz.) om zo'n drastische machtsgreep met succes uit te voeren. Het is dus niet zeker dat een poging om NSPD-51/HSPD-20 in te roepen, met als eerste beslissing mogelijk het uitstellen van de presidentsverkiezingen, ook kans van slagen zou hebben. Maar het lijkt me wel wenselijk dat meer mensen van het bestaan van deze richtlijnen afweten. Al was het maar om op de volgende president druk uit te oefenen om dit onding zo snel mogelijk weer af te voeren.

17 september 2008

Zwitserland als model voor Vlaanderen/België?

(verschenen in DS op 17 september 2008) Ik ben het helemaal eens met Eric Verhulst en anderen (DS 16 september - zie ook hieronder) dat het Zwitserse model van federale consensusdemocratie bij ons meer aandacht verdient. Dit model werkt niet alleen de welvaart in de hand, het stelde de Zwitsers ook in staat de grootste institutionele crisis uit hun geschiedenis vreedzaam en democratisch op te lossen: de afscheiding van het kanton Jura van het kanton Bern. Jura is in meerderheid Franstalig, Bern Duitstalig. In 1815 voegde het Congres van Wenen beide kantons samen. De afscheidingsbeweging in Jura werd met de jaren sterker, het conflict vooral na de Tweede Wereldoorlog steeds bitser. De Zwitserse grondwet had geen oplossing voor zulke conflicten. In de jaren zeventig vonden de Zwitsers een ingenieuze oplossing voor deze 'institutionele atoombom'. Een Raad van (echte) Wijzen stelde de volgende procedure voor: in een cascadesysteem van referenda zouden achtereenvolgens het kanton Jura, de districten van dat kanton en de grensgemeenten in die districten hun lot bepalen. Echter, als eerste stap moesten de burgers van het kanton Bern zich over de procedure zelf uitspreken. Het eindresultaat zou in een nationaal referendum aan alle Zwitserse burgers voorgelegd worden. En zo verliep het ook. In een eerste referendum keurden de burgers van Bern de voorgestelde procedure goed en kenden zo het kanton Jura het zelfbeschikkingsrecht toe. In een tweede stap stemde een meerderheid van de Jura-burgers voor de afscheiding van Bern. Echter, drie zuidelijke grensdistricten beslisten, alweer bij referendum, bij Bern te blijven. Negen gemeenten kozen dan weer voor het andere kanton dan hun eigen district en scheidden zich van hun district af. Als kroon op het werk keurden de Zwitsers in een nationaal referendum het resultaat van deze reeks referenda (en dus de afscheiding van Jura) met een overweldigende meerderheid goed. We kunnen dus nog een en ander leren van de Zwitsers. Ook bewijst het Jura-conflict waar de vaak gehoorde tegenwerping thuishoort dat directe democratie niet geschikt zou zijn voor complexe politieke vraagstukken: op de schroothoop der politieke dooddoeners. De tekst van Eric Verhulst en 44 ondertekenaars (bron: De Standaard, dinsdag 16 september 2008)

Welk Vlaanderen willen we? Kijk naar Zwitserland

Jan Callebaut, 'spindoctor' bij CD&V zei afgelopen weekeinde in De Standaard: 'Bijna alle partijen roepen om meer Vlaanderen, maar ik hoor niemand zeggen welk soort Vlaanderen dat dan wel moet zijn.' Eric Verhulst en 44 anderen doen een voorstel: kijk naar Zwitserland. Dat ons land op een keerpunt staat, zal voor iedereen - zelfs voor de hardnekkigste Belgicisten - stilaan duidelijk zijn. Na meer dan een jaar palaveren is het duidelijk dat de politieke macht verstrikt is geraakt in zijn eigen loodzware constructies om de macht voor zichzelf en de erop parasiterende organisaties te behouden. De bron van de welvaart ligt echter niet bij de politici of bij de overheid, maar bij de burger zelf. Zwitserland neemt dit ten harte. Dit kleine zeer heterogene landje bewijst al eeuwen dat enkel als de macht bij het volk ligt en niet bij de natie, dat welvaart standhoudt. Behoud van welvaart en dus van welzijn is alleen mogelijk als er economische groei is. Die groei komt van de inzet van economische middelen, lees mensen en kapitaal. Uiteindelijk gaat het over mensen. Wat de burger produceert, zij het via zijn arbeid of via zijn investering, komt dus in eerste plaats aan hem toe. Niemand leeft evenwel op zichzelf en de samenleving doet ook zijn bijdrage, bijvoorbeeld onder de vorm van opleiding en infrastructuur. De producerende burgers verwerven die gemeenschappelijke goederen en diensten via het betalen van een bijdrage die men doorgaans 'belastingen' noemt. Vele economische studies hebben dan ook aangetoond dat te veel belastingsdruk remmend werkt op de creatie van welvaart. Overmatige belastingsdruk leidt ook tot opportunistische, lees overbodige of betwistbare overheidsuitgaven en dat is een tweede reden waarom de samenleving in zijn geheel verliezende partij is. Dit fenomeen doet zich zowel op nationaal, regionaal als lokaal vlak voor. Recente studies hebben aangetoond dat er op zijn minst een verband bestaat tussen de welvaartscreatie en hoe de overheid de belastingsgelden besteedt. Een overheidsuitgave hoeft niet noodzakelijk welvaartsvernietigend te zijn, maar als in de jaarlijkse begroting de consumptieve uitgaven doorwegen, dan wordt de welvaartsgroei aangetast. In ons land is die structurele misgroei zodanig dat er ternauwernood nog ruimte is voor investeringen. Het gros bestaat uit het afbetalen van de overheidsschuld, lonen en uitkeringen. De facto betekent dit dat nagenoeg de helft van het bbp productiever kon aangewend worden. Meer overheidsefficiëntie betekent dus niet zomaar dat de ambtenaren sneller en harder moeten werken, maar eerder of de overheid wel de juiste dingen doet en vooral welke dingen ze beter niet zou doen. Vermits belasting op arbeid en op investeren welvaartscreatie afremt, moet ook deze afgebouwd worden en verschoven worden naar belasting op consumptie. Nochtans, consumptie is uiteindelijk het doel van elke economische activiteit. De oplossing voor deze paradox is wat men productiviteit noemt, m.a.w. hoe kan men met zo weinig mogelijk middelen (arbeid, kapitaal, energie of grondstoffen) een maximale output genereren. Wat velen niet zien is dat dit op het niveau van een land inhoudt dat ook de overheid efficiënt met alle middelen omspringt. Bij een te hoge belastingsdruk betekent dit echter ook dat het overheidsbeslag binnen redelijke proporties moet gehouden worden. Rest nu nog de vraag hoe men dit kan bereiken? Het simplistische antwoord hierop is dat dit onmogelijk is want dan gaat de sociale zekerheid eraan. Dit is de redenering die ervan uitgaat dat alles opgelost wordt door steeds de belastingen te verhogen. Zoals we hierboven geschetst hebben vernietigt dit de onderbouw van het hele stelsel. Deze redenering gaat ook uit van een centraal planningsdogma terwijl de problematiek er vooral een is die op het vlak van de individuele burger en zijn naaste omgeving ligt. Deze redenering stelt dan ook dat een zogenaamde representatieve democratie de enige echte democratie is terwijl die juist de essentie van een echte democratie negeert. In een echte democratie heeft elke burger maximale zeggenschap over zichzelf maar ook maximale verantwoordelijkheid ten opzichte van zichzelf en ten opzichte van zijn medeburgers. Wie hierover nadenkt, komt dan ook snel tot de conclusie dat dergelijke echte democratie sterk gedecentraliseerd moet zijn en maximale beslissingsrecht aan de lokale burger geeft. Een land dat dit al eeuwen met succes in zijn cultuur ingeschreven heeft, is Zwitserland. Het land is klein (7,5 miljoen inwoners) en nog veel heterogener dan België. Nochtans telt het 26 regio's (kantons genoemd) die vrijwel autonoom over het merendeel van de zaken beslissen. Deze kantons krijgen hun macht niet van het centrale gezag, maar staan eerder een deel van hun macht af. Elke kanton heeft grotendeels zijn eigen vorm van democratie, gaande van bijna zuivere representatieve democratie tot een verregaande directe democratie. Dit gaat zover dat onlangs het kanton Obwalden met slechts 31.000 inwoners, autonoom bij referendum beslist heeft een vlaktaks in te voeren. Referenda in verschillende vormen zijn dan ook aanwezig op elk niveau en men beslist zelfs bij referendum over elke uitgave die een bepaald bedrag overschrijdt. Deze vorm van directe democratie wordt buiten Zwitserland bijna zo goed als doodgezwegen, ook al was die in sommige kantons al aanwezig sinds 1291. Men kan dus gerust spreken van een Europees erfgoed dat tot vandaag zijn deugdelijkheid bewezen heeft. Er zijn nu verschillende economische studies (o.a. van professor Feld en Matsusaka) die aantonen dat zelfs binnen Zwitserland directe democratie niet alleen veel democratischer werkt, maar ook economisch en sociaal veel voordelen oplevert. Zo leren vergelijkende studies tussen de Zwitserse kantons dat in de kantons met meer directe democratische instrumenten (zoals referenda) de inkomensongelijkheid afneemt, de openbare schuld er beduidend lager is, maar ook dat de overheidsuitgaven en dus de belastingen er tot 19 procent lager liggen. Al de kwalen die veel Europese landen, waaronder België, aantasten, zijn tot beheersbare proporties terug gebracht. Ander onderzoek heeft zelfs uitgewezen dat de Zwitsers er ook gelukkiger bij zijn. Als men dus recepten zoekt voor een toekomstig Europa of een toekomstig België dan is Zwitserland het laboratorium dat men als maatstaf moet nemen. De autonomie van Obwalden staat in schril contrast met de wijze waarop men in Europa en België met 'minderheden' omgaat. Hier denkt men minderheden te beschermen door ze priviléges te moeten toekennen ten koste van alle anderen. Veelal zijn deze privileges ronduit in tegenspraak met de grondregels van de democratie zoals niet numerieke vertegenwoordiging en blokkeringsmechanismen die elke normale besluitvorming in de weg staan. Het laatste in de rij is het voorstel om een 'corridor' te voorzien tussen Wallonië en Brussel. Een absurder voorstel kan men zich binnen de Europese constellatie niet voorstellen. De enige manier om minderheden te beschermen is door ze lokaal de meerderheid te geven die hen toekomt en door ze autonoom voor zichzelf te laten beslissen. In dergelijk gedecentraliseerd staatsbestel is er nog plaats voor vreedzame enclaves binnen enclaves en wordt de solidariteit tot haar juiste proporties teruggebracht. Het Zwitsers democratische systeem brengt hiermee het principe van subsidiariteit op de juiste manier in de praktijk. Het moge duidelijk zijn dat een Belgische staatshervorming in de richting van twee of drie gewesten maar een tussenstap kan zijn naar een verder doorgedreven gedecentraliseerde democratische samenleving. Oostende en Aarlen zijn best in staat om hun specifieke problemen lokaal democratisch aan te pakken. Dat men daarbij de gewesten het initiatief moet laten, is ook evident. Eric Verhulst is voorzitter van www.WorkForAll.org, een onafhankelijke socio-economische denktank. De tekst werd mee ondertekend door Arthur De Decker, Bea Hendrickx, Bert Penninckx, Christina Teugels, Cil Haesendonck, Denis Clijsters, Filip Vandecaveye, Fons Bierbooms, Geert François, Gilbert van Gils, Hubert Vanhoe, Huguette Deschrijver, Ivan Hermans, Jan Bonroy, Jan Cabooter, Jan Vanstraelen, Jean Libeert, Jos Verhulst, Jef Keymeulen, Koenraad Elst, Lieve Van Coillie, Luc Van Braekel, Luc Thierie, Maarten Malaise, Mady Janssens, Marc Janssens, Marieke Höfte, Mhaouchi Mohammed, Michaël Bauwens, Pat Perquy, Peter Verniers, Piet Depauw, Pieter Verstraelen, Rob Lemeire, Roland Duchatelet, Rudi Dierick, Rudy Aernoudt, Sven Godijn, Tony Mary, Walter De Cock, Willy De Wit, Wim De Wit, Werner Govaerts, Willy Veyts. De meesten zijn actief in Vivant, Democratie Nu, Cassandra en België Anders

23 augustus 2008

Allan Bloom over scheiding

De recente veroordeling van een moeder van twee kinderen tot een jaar effectieve gevangenisstraf, omdat ze het bezoekrecht van de vader al vier jaar lang tegenwerkte, heeft op het lezersforum van De Standaard een opmerkelijk openlijk en vinnig debat uitgelokt.

De discussie deed me terugdenken aan de Amerikaanse filosoof Allan Bloom, die in "Closing of the American Mind" (Simon and Schuster, New York, 1987) een opmerkelijk standpunt inneemt met betrekking tot scheiding: het standpunt van de kinderen.

Bloom ziet de kinderen als de grootste slachtoffers van de scheiding van hun ouders. De lezer weze gewaarschuwd: Blooms kritiek is niet mals. Kinderen uit gebroken huwelijken hebben minder levenslust, aldus Bloom. Ze zijn minder dan andere kinderen in staat tot vriendschap, ze kennen meer angst om de risico's van het leven aan te durven, ze hebben minder vertrouwen in de toekomst. Volgens Bloom is hun geest misvormd ("a slight deformity of the spirit"). Ook therapeuten ontsnappen niet aan Blooms voorhamer: "Psychologen voeden een groot deel van de ideologie die scheiding goedpraat".

Of je het ermee eens bent of niet, Bloom heeft de verdienste dat hij ons aanzet om de belangen van het kind bij een scheiding ook eens op een fundamenteler niveau dan "een goed georganiseerd bezoekrecht" te benaderen.

Naar mijn weten is Closing of the American Mind niet in het Nederlands vertaald. Hier volgt mijn eigen (gedeeltelijke) vertaling van wat Bloom onder de titel "Divorce" schreef (p. 118-121):

"In Amerika is scheiding is de meest tastbare aanwijzing dat de individuele wil zich telkens weer affirmeert, ook al willen mensen graag (en ook al voelen ze daar de behoefte toe) één gemeenschappelijke wil creëren uit de individuele wil van twee mensen. Er is een zoektocht gaande, een steeds hopelozer wordende zoektocht, naar allerlei regelingen en manieren om, na een scheiding, de gebroken stukken opnieuw samen te brengen. Deze opgave is even onmogelijk als de kwadratuur van de cirkel, omdat we allemaal het meest van onszelf houden maar toch willen dat anderen meer van ons houden dan dat we van onszelf houden. Heel in het bijzonder is dit de verwachting van kinderen, een verwachting waartegen ouders nu rebelleren. Als een gemeenschappelijk goed of een gemeenschappelijk doel ontbreekt is het uit elkaar vallen van de samenleving in individuele "willetjes", zoals Rousseau het uitdrukt, onvermijdelijk. Egoïsme is in dit geval geen moreel tekort, geen zonde, maar een natuurlijke behoefte. De "ik-generatie" en "narcisme" zijn gewoon beschrijvingen, geen oorzaken. De eenzame wilde in de natuurlijke toestand kan men niet verwijten dat hij alleen aan zichzelf denkt, net zomin als een persoon die in een wereld leeft waarin het eigenbelang primeert, een wereld dus waarin het originele egoïsme van de natuurlijke toestand blijft bestaan, waarin de inzet voor het gemeenschappelijk goed hypocriet is en waarin de moraal ronduit aan de zijde van het egoïsme lijkt te staan.

Of, om het anders uit te drukken, het streven naar zelf-ontwikkeling, zelf-expressie, of groei, dat opbloeide als resultaat van het optimistische geloof in een harmonie tussen dat streven en de samenleving of gemeenschap, dat streven is intussen ontmaskerd als een vijand van de gemeenschap. De beperkte of voorwaardelijke gehechtheid van een jongere aan zijn gescheiden ouders is niets anders dan de weerspiegeling van wat deze jongere zelf noodzakelijkerwijs ziet als hun voorwaardelijke gehechtheid tegenover hem. Dit is totaal verschillend van hetzelfde probleem in vroegere tijden. In het verleden was zo’n uit elkaar gaan soms nodig maar altijd moreel problematisch. Vandaag is het normaal.

(...)

Van kinderen die op deze school van "relaties onder voorbehoud" gezeten hebben kunnen we verwachten dat ze de wereld zien in het licht van wat ze daar leerden. We mogen kinderen nog duizendmaal vertellen dat hun ouders een recht hebben op een eigen leven, dat ze (na de scheiding) van “meer quality time” zullen genieten in plaats van “quantity time”, dat hun ouders echt van ze houden, ook al gaan ze uit elkaar. Kinderen geloven daarvan niets. Zij denken dat ze een recht hebben op totale aandacht en geloven dat hun ouders voor hen moeten leven. Er is geen mogelijkheid om ze tot andere gedachten te brengen, en alles wat deze verwachtingen tekortdoet leidt tot verontwaardiging en een onuitroeibaar gevoel van onrechtvaardigheid. Voor kinderen schijnt de vrijwillige scheiding van hun ouders erger dan hun dood, precies omdát ze vrijwillig is.

Kinderen van gescheiden ouders leren angst hebben voor onderwerping aan de wil van anderen. Tegelijk groeit in hen de behoefte om die wil te domineren in de context van het gezin (de enige plaats waar ze verondersteld worden het omgekeerde te leren). Natuurlijk zijn veel gezinnen ongelukkig. Maar dat is irrelevant. De belangrijke les die het gezin leerde was het bestaan van de enige onbreekbare band, in goede en in kwade dagen, tussen menselijke wezens.

In mijn jarenlange onderwijservaring met jongeren heb ik een soort handicap leren ontwaren, een lichte misvorming van de geest bij die studenten (ze worden steeds talrijker) van wie de ouders gescheiden zijn. Ik heb niet de minste twijfel dat deze jongeren in allerlei gespecialiseerde onderwerpen even goed presteren als anderen, maar ik heb wel gemerkt dat ze minder open staan voor een serieuze studie van filosofie en literatuur dan heel wat andere studenten. Ik denk dat dit is omdat ze minder zin hebben om naar de zin van hun leven te zoeken, of bang zijn om in hun overtuiging door elkaar geschud te worden. Om met de chaos van hun vroegere ervaring te kunnen leven, neigen ze naar een verstarde visie op wat goed of slecht is en op het leven dat ze moeten leiden. Ze lopen over van wanhopige platitudes over zelfbeschikking, respect voor de rechten en de beslissingen van anderen, de behoefte om de eigen individuele waarden en engagementen uit te werken, enz. Dit alles is slechts een dun laagje vernis over kolkende zeeën van woede, twijfel en angst.

Jonge mensen zijn gewoonlijk in staat om hun gewoonten of hun overtuigingen overboord te gooien voor een nieuw en opwindend idee. Ze hebben weinig te verliezen. In deze tijd van hun leven kunnen ze experimenteren met het onconventionele, kunnen ze hun kijk op het leven verdiepen en tegelijk nog iets leren ook. Maar kinderen van gescheiden ouders missen vaak dit intellectuele lef omdat ze het normale jeugdige vertrouwen in de toekomst missen. Angst voor zowel isolatie als binding hangt als een onweerswolk boven hun toekomstverwachtingen. Een groot deel van hun enthousiasme is uitgedoofd en vervangen door zelfbescherming. Daardoor zijn ze ook minder in staat tot ware vriendschap. Aan de universiteit kunnen zulke studenten hun verwarring tot het thema van hun reflectie en hun studie maken. Maar het is een grimmige en gevaarlijke onderneming, en meer dan andere studenten die ik gekend heb, wekken ze meelij op. Ze zijn inderdaad slachtoffers.

Een andere factor die de geestestoestand van deze studenten helpt verklaren, is dat ze therapie gevolgd hebben. Ze hebben van psychologen te horen gekregen hoe ze zich moeten voelen en wat ze over zichzelf moeten denken. Deze psychologen werden betaald door hun ouders opdat alles zo pijnloos mogelijk zou verlopen voor de ouders, als onderdeel van de scheiding-zonder-schuld. Als er ooit een belangenconflict bestaan heeft, is het dit wel. Scheidingstherapeuten kunnen veel geld verdienen, aangezien de scheidenden zo snel mogelijk willen terugkeren naar hun vervolging van de rokende medemens of naar hun strijd tegen wapens of voor de redding van de “beschaving zoals we ze kennen”. Psychologen voeden intussen een groot deel van de ideologie die scheiding goedpraat – bvb. dat het voor kinderen erger is om in een gestresseerd gezin op te groeien (waarmee ze de ouders motiveren om het thuis zo onaangenaam mogelijk te maken). Psychologen zijn de gezworen vijanden van schuldgevoelens. En ze hebben een kunstmatige taal voor de kunstmatige gevoelens die ze kinderen inlepelen. Maar jammer genoeg geven ze de kinderen hiermee niet de mogelijkheid om een stevige greep op wat dan ook te krijgen.

Wanneer deze studenten op de universiteit komen, zijn ze niet alleen duizelig van de destructieve gevolgen van hun verloren vertrouwen en de dubbelzinnigheid van loyaliteit (als resultaat van de scheiding), maar ook is hun gehoor gestoord door de vele leugens uit eigenbelang en de in pseudowetenschappelijk jargon verpakte hypocrysie. Zulke jongeren hebben een beschadigd vertrouwen in wat ze voelen of wat ze zien."

21 augustus 2008

Eerste Wereldforum voor directe democratie, Aarau (CH), 1-4 oktober 2008

Van 1 tot 4 oktober organiseert het IRI in Aarau, Zwitserland, het eerste World Democracy Forum (wereldforum voor democratie). Niet te missen voor wie interesse heeft voor directe democratie, het Zwitserse democratiemodel, of de ervaringen van andere landen met basisdemocratie. Klik op de titel voor meer informatie (of klik hier). Wist u trouwens dat Aarau in Aarau in Aargau ligt?

24 juli 2008

Obama in Berlijn - 'k stond erbij en keek ernaar

(Dit is geen verslag van Obama's Berlijnse speech - daaraan zullen de media al voldoende aandacht besteden. Wel wil ik het in heel wat berichten opgehangen beeld van een massa "dolgedraaide Obama-fans" wat bijsturen. Dat is namelijk niet de massa waar ik vanavond in stond.) Volgens de politie waren we met zo'n 200 000 naar Berlijn-Mitte komen afzakken om naar Obama te luisteren. Moeilijk te controleren natuurlijk, maar een grote massa was het alvast wel : van de Siegessäule tot aan de Brandenburgse Poort, goed voor zo'n 1,5 km "mensenzee". Wat echter niet klopt, is het beeld dat de meeste media van dat publiek ophangen, namelijk dat van een dolgedraaide massa Obama-fans. Sommige media hebben het zelfs over een Berlijnse "Obama-manie". "Obama pakte de mensenzee moeiteloos in met zijn redenaarstalent", luidt het op de vrt-nieuwssite, waar ook sprake is van een "minutenlang applaus". Van dat alles heb ik niet veel gemerkt. Wij stonden op een goeie 300 m van het podium, eerder vooraan dus, maar toch al een stukje op weg naar de Brandenburgse Poort. Toen Obama het podium betrad klonk er even applaus en wat gejuich, maar op onze hoogte stierf dat snel weg. Alleen vooraan, bij het podium, hielden toejuichingen en applaus langer dan een minuut aan. Bij ons werd het dan ook een beetje lachwekkend toen Obama voor de tiende keer "Thank you!" zei. Ook tijdens Obama's toespraak bleef het bij wat handgeklap af en toe (vooral toen hij pleitte voor een wereld zonder kernwapens, voor het neerhalen van scheidingsmuren en ook toen hij de schande van Darfur hekelde). Na afloop volgde nog een kort en correct applaus, vervolgens draaiden zo'n 200 000 mensen Obama de rug toe en stapten rustig naar de Brandenburgse Poort terug. Mijn indruk is niet dat Berlijn vandaag een Obama-manie beleefde, wel dat de meeste aanwezigen vooral uitdrukking wilden geven aan hun stille hoop dat Amerika onder zijn nieuwe president een stuk minder oorlogszuchtig wordt dan onder Bush & Cheney. Velen lijken van Obama op dat vlak meer te verwachten dan van McCain. Tegelijk beseften de meeste toehoorders dat ze hun gejuich best nog even kunnen opsparen. Maar die stilte was op de perstribune blijkbaar niet te horen.

02 juli 2008

De gelegenheid maakt de dief. Ook in het Europees Parlement.

In deze RTL-reportage (6 minuten) gaat reporter Thomas Meier in het Europees Parlement een hardnekkig gerucht na: sommige EP-leden zouden 's vrijdags in alle vroegte gauw gauw de aanwezigheidslijst ondertekenen (de voorwaarde om hun dagvergoeding van 284 euro op te strijken) om meteen daarna voor het weekend naar huis te vertrekken. Na een paar hilarische ontmoetingen met (scheldende, dreigende, onbeschofte en wegvluchtende) verkozenen wordt Meier zelf met zachte dwang aan de deur gezet. Achtergrondweetje: een Europarlementariër verdient meer dan 14 000 euro per maand. Dat is meer dan Angela Merkel. Wat verantwoordt zo'n exorbitant salaris? Hoe kunnen EP-verkozenen het verwijt afschudden dat ze het louter voor het geld doen? Hoe onafhankelijk ben je van een functie waarvan je rijk wordt? Sommigen zullen deze bijdrage ongetwijfeld afdoen als goedkoop populisme. Dat zie ik anders: wie de Europese samenwerkingsgedachte hoog in het vaandel draagt, heeft net de plicht om dergelijke misbruiken (zeg gerust kankers) aan het licht te brengen.

17 juni 2008

Die verdomde Ieren toch!

(Dit opinieartikel verscheen op 18 juni 2008 in De Standaard)

Het Ierse volk heeft 'no' gestemd en krijgt meteen weldenkend Europa over zich heen, in deze krant bij monde van Tom Sauer (DS 14 juni). Sauer verpakt zijn verklaring voor het Ierse neen in een heuse scheldkanonnade: de 'verdomde' Ieren zijn asociaal, ondankbaar, goedgelovig, convulsief regeringsvijandig, gefrustreerd, semi-analfabeet, wilsonbekwaam en bovendien om de tuin geleid door egoïstische ('soms rijke') volksmenners. Volgens ons kun je het Ierse 'no' net zo goed zien als een blijk van gezond verstand: anders dan de meeste politici weigeren de Ieren, na de Fransen en de Nederlanders, een contract te tekenen dat ze niet (kunnen) begrijpen. Hoewel heel wat politici (o.a. de Ierse commissaris voor Europese zaken zelf) toegeven dat ze het Lissabon-verdrag niet gelezen hebben of dat het onleesbaar is, aarzelen ze toch geen seconde om het enthousiast goed te keuren en critici als debiel of weerspannig af te schilderen. Getuigt dat dan van zoveel politieke wijsheid? Zouden deze politici als privépersoon een contract tekenen dat ze niet gelezen hebben of niet begrijpen? Natuurlijk niet. Zou hun vertrouwen in de opsteller van het contract geen serieuze knauw krijgen als deze zich vervolgens boos maakt en zelf in hun plaats tekent? Natuurlijk wel. Voor alle duidelijkheid: we spreken ons hier niet uit over de inhoud van het verdrag. Wel pleiten we nadrukkelijk voor leesbare wetteksten, los van de vraag of er in referenda of in een parlement over gestemd moet worden. Na drie afwijzingen staat het nu wel vast: een meerderheid van de burgers in minstens drie landen lust dit verdrag niet. Dat is meteen ook de enige toelaatbare interpretatie van deze referenda. De politiek relevante boodschap van de bevolking luidt dus niet 'weg met de EU', maar wel 'het Lissabon-verdrag deugt niet'. Wie de uitslag van een referendum van de hand wijst door allerlei interpretaties uit te vinden ('slecht geslapen', 'gemanipuleerd', 'tegen de EU gestemd'), heeft van democratie niets begrepen. Sauers besluit luidt dat referenda over Europese thema's niet deugen. De blik van de gewone burger reikt volgens hem niet verder dan de gemeentegrens. Directe democratie moet dan ook beperkt blijven tot locale vragen over parkings en bloembakken, alle andere beslissingen laten we maar liever aan de gekozenen des volks over. Daarbij heeft Sauer het over 'juiste beslissingen'. Weet hij dan niet dat democratie net vertrekt vanuit de vaststelling dat er geen 'juiste beslissingen' bestaan? In een democratie bepalen de burgers (de soeverein) wat 'juist' is. Wie op het Europese continent aan politiek wil doen, kan zich daar maar beter bij neerleggen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat het aloude 'democratische deficit' in de EU ontaardt in een 'autocratisch surplus'. Een democratisering van de EU vergt niet alleen transparantere structuren, meer onafhankelijke controle, een volwaardig parlement, een onafhankelijker gerechtshof en subsidiariteit in beide richtingen, maar ook meer inspraak voor de burgers en (hoogdringend) meer nederigheid en democratische gezindheid bij politici. Misschien betekent de huidige crisis wel een nieuwe kans in die richting. Een politiek systeem zonder vertrouwen tussen 'regeerders' en 'geregeerden', waarin beslissingen veel vlotter en sneller gaan, is natuurlijk ook mogelijk. Je hoeft daarvoor niet eens zo ver terug te gaan in de geschiedenis of lang op het vliegtuig te zitten. Maar laten zij die de democratie willen vervangen door iets anders dan tenminste de moed en de eerlijkheid opbrengen om dat nieuwe systeem ook bij naam te noemen. Wij roepen de politieke klasse op om zich niet nog hoger in hun ivoren toren te nestelen, maar net integendeel voor méér democratie (dus ook meer referenda) te kiezen. Dat zal in het begin ongetwijfeld 'vertraging' opleveren. Het is echter de enige manier om het vertrouwen bij de bevolking (ook in de andere EU-landen) duurzaam te herstellen. Jos Verhulst, Bert Penninckx, Denis Clijsters, Piet De Pauw, Eric Verhulst, Maarten Malaise, Werner Govaerts, Thomas Verhulst, Michaël Bauwens, Marc Janssens en Geert Van Hout zijn lid van Democratie.Nu, een onafhankelijke burgerbeweging voor democratie www.democratie.nu Het artikel van Tom Sauer (De Standaard - 14 juni 2008) :

Slecht geslapen, Ik stem 'neen'

Volgens TOM SAUER is het niet verwonderlijk dat de Ieren het Verdrag van Lissabon verwierpen en is het beter voortaan geen referenda meer te organiseren over complexe Europese onderwerpen. Het eiland telt meer schapen dan burgers en ligt allesbehalve in het centrum van Europa. Maar die verdomde Ieren zijn er toch maar weer eens in geslaagd om het Europees integratieproces te vertragen. Het in werking treden van het lang verwachte Verdrag van Lissabon - dat op zich al een gedaantewisseling had ondergaan na de Franse en Nederlandse referenda - zal nog niet voor 1 januari 2009 zijn. En je hoeft geen Europees federalist zijn om bij deze vertraging - dit is geen afstel - kritische kanttekeningen bij te maken. Niet dat de Ieren de inhoud van het Verdrag bekritiseren. Niemand heeft het trouwens gelezen. Die lectuur is ook geen aanrader. Het is ook niet zo dat de Ieren zich door Europa gemarginaliseerd voelen. Integendeel, het land heeft sinds haar blijde intrede in Europa in het begin van de jaren zeventig miljarden binnengerijfd, en heeft vandaag een BNP per capita dat na Luxemburg het hoogste van de Europese Unie is. Ierland is rijk geworden dankzij Europa. Stank voor dank dus. Wat is dan de verklaring voor dit asociaal stemgedrag ? Asociaal omdat de meeste lidstaten ondertussen het verdrag hebben geratificeerd. De meest voor de hand liggende verklaring is dat de Ieren zich laten leiden hebben door berichten in de media die stelden dat het verdrag om één of andere specifieke reden een negatieve invloed zou hebben op hun dagelijks leven. Die berichten steunen op hun beurt op enkele (soms rijke)lui die hard kunnen roepen en ofwel effectief nadeel zouden ondervinden door het verdrag ofwel de aan de macht zijnde regering om politieke redenen de das willen omdoen. En of die berichten nu effectief waar zijn, velen percipiëren dergelijke berichten als waar, en laten hun stemgedrag daardoor bepalen. Dat er ook vele, ja zelfs meer voordelen aan het verdrag vasthangen moge hun worst wezen. Onbekend is onbemind. Voor andere burgers is het voldoende dat de regering voor is, om automatisch tegen te zijn. En nog anderen, vrees ik, laten het afhangen van hun gemoed. 'Neen' stemmen en de frustratie is - tijdelijk althans - weg. Als er één conclusie uit die hele soap van Europese referenda te trekken valt, dan is het dat referenda niet het beste politieke instrument zijn om dergelijke complexe materies te beslechten. Anderzijds moeten we het kind niet met het badwater weggooien. Referenda zijn soms de meest aangewezen weg om beslissingen door te duwen of tegen te houden. Belangrijk is het onderwerp waarover een beslissing dient genomen te worden. Wanneer het geschilpunt zeer herkenbaar is voor de burger, dicht bij zijn eigen leefwereld, en dus best op lokaal niveau, en in redelijk simplistische termen samen te vatten, en op een relatief neutrale manier in vraagvorm aan de kiezer voor te leggen, als aan al (!) deze voorwaarden is voldaan, dan pas zou men kunnen overwegen om alle burgers te raadplegen via een referendum. Bijvoorbeeld over de wenselijkheid van een ondergrondse parking onder het stadsplein, zoals enkele jaren geleden in Gent het geval was. Wanneer het daarentegen gaat om een complex geheel van verschillende items die bovendien ver van hun bed staan, en niet een-twee-drie uit te leggen zijn, is het beter om geen referenda te organiseren. Wat het alternatief is? Laat de 'gekozenen des volks' over dergelijke complexere materies oordelen. Alle burgers moeten om de zoveel jaar naar het kieshokje, en in ons land zelfs verplicht. Het is aan hen die verkozen zijn om de juiste beslissingen te nemen. Zij worden er zelfs voor betaald. Zij zullen herkozen worden als de burgers na hun ambtstermijn vinden dat hun vertegenwoordigers in globo de juiste beslissingen hebben genomen. Dat is op zich al een zeer moeilijke oefening voor de burgers. Laat ons dus niet heiliger willen zijn dan de paus, en laten we referenda op Europees niveau dus opbergen. Tot Europa bij de Europese burgers als iets lokaals wordt gepercipieerd. Al kan dat nog eventjes duren. Tom Sauer is docent Internationale Politiek aan de Universiteit Antwerpen

11 juni 2008

Stefan Brijs, alias Julius Streicher?

(Als lezersbrief in DS verschenen op 12 juni 2008)

From: Geert VH Sent: dinsdag 10 juni 2008 21:24 To: 'peter.vandermeersch@standaard.be'; 'bart.sturtewagen@standaard.be' Cc: 'Opinie@standaard.be' Subject: Stefan Brijs, alias Julius Streicher?

Mijnheer Vandermeersch, mijnheer Sturtewagen,

Aan “Dagboek 2012” van Stefan Brijs houd ik een buitengewoon wrang gevoel over.

Waarom publiceert De Standaard een dermate laag-bij-de-grondse en haatdragende tekst? Brijs ontpopt zich tot een zuivere lijkenpikker (zes miljoen lijken, notabene). Hij spuwt op Viktor Klemperers nagedachtenis. Ja, hij laadt zelfs de verdenking op zich, onrechtstreeks tot moord op Dedecker en De Wever op te roepen: wie zou immers, terugblikkend, een preventieve moord op Hitler en Himmler in 1933 niet aanvaardbaar vinden?

Met zijn geschrijf zet Brijs aan tot haat, louter op emotie gebaseerde (en dus blinde) haat tegenover andersdenkenden. “Dagboek 2012” zou in een moderne versie van Der Stürmer alvast niet misstaan.

Ziet u dan zelf niet het schrille contrast tussen Brijs’ vuilspuiterij en de vele pogingen in DS om wederzijds begrip en dialoog te bevorderen?

Met beleefde groet,

(get.)

uit De Standaard, 10 juni 2008 :

Dagboek 2012

Stefan Brijs

29 april 2012, zondag Vlaams minister-president Bart De Wever en minister van Veiligheid Jean-Marie Dedecker zijn vrijdag met een propagandatocht begonnen. Toespraak in het Sportpaleis van Antwerpen. Een mateloze hetze en 'een laatste waarschuwing aan het adres van de Walen'. We horen steeds meer, van 'eenvoudige mensen', op wie ze zich baseren - onze kleinburgerlijke buren in Lier, onze slager Van Hove, onze bakker Peeters enz. enz. - hoezeer de haat toeneemt. Ook de federale regering zelf drijft steeds meer in de richting van het separatisme - een definitieve breuk is onafwendbaar. 1 mei 2012, dinsdag Overal in het straatbeeld gele brievenbussen, gele postauto's, gele straatnaamborden met zwarte bedrukking. En de speciale aanplakborden, met op elk bord in grote letters: De Walen zijn ons ongeluk. Of: Wie de Waal kent, kent de duivel. Verder de mateloze propaganda voor het 'Ja!'. Op iedere bedrijfswagen, op iedere fiets van de postbode, in iedere etalage, op brede spandoeken boven de straat - overal uitspraken van De Wever. Ja voor Vlaanderen', Ja voor zelfstandigheid!, Ja voor vrijheid en vrede! Van alle huichelarij is deze de ongehoordste. 3 mei 2012, donderdag De macht, een kolossale macht, is in handen van de Vlaams-nationalisten. Alle hoge openbare functies en alle staatsmiddelen, pers en radio, de stemming van de onder bedwelming gebrachte miljoenen. Er heeft zich nooit zoveel schande in een Europees volk opgehoopt als nu in ons. Iedere toespraak van ministers, gouverneurs, burgemeesters getuigt ervan. En ze houden dagelijks toespraken. Dat brouwsel van gewoon openlijk uitgesproken, uiterst grove leugens, huichelachtigheden, frasen, onzinnigheden. En steeds weer de dreiging, de triomf en de loze belofte. 5 mei 2012, zaterdag In Het Laatste Nieuws een lijst met boeken die niet meer mogen worden uitgeleend of verkocht. Hoog op de lijst alle boeken van Louis Paul Boon en Tom Lanoye. Mijn essaybundels staan er ook op. Dat verrast me niet. Al een half jaar wil geen enkele Vlaamse krant nog iets van mij publiceren. Niemand ademt meer vrij, geen vrij woord, gedrukt noch gesproken. Ook de nieuwe bouwvoorschriften worden in de krant toegelicht: alleen nog een zadeldak is toegelaten, en een dakkapel wordt verplicht. Platte daken zijn 'on-Vlaams', staat er letterlijk. 8 mei 2012, dinsdag Mijn vrouw heeft nog steeds geen werkloosheidsuitkering ontvangen. Ik heb de bevoegde dienst opgebeld: de eerste ambtenaar die ik aan de lijn had, zei waarschijnlijk enigszins onvoorzichtig: 'Het ministerie heeft bezwaar gemaakt - wij weten verder nog niets.' Op tv beelden van Dedecker, enkele zinnen op een grote bijeenkomst - gebalde vuist, vertrokken gezicht, wild geschreeuw - 'Nog niet zo lang geleden hebben ze nog om me gelachen, het zal hun nu vergaan, dat lachen…' 11 mei 2012, vrijdag Iedere dag wordt het geldgebrek groter. Vandaag een exorbitante elektriciteitsrekening. Gas om te koken kopen we al enige tijd alleen nog in flessen. Ik heb een paar zilveren gedenkpenningen uitgezocht. Die moeten er nu waarschijnlijk aan geloven. Behalve het geldgebrek is er steeds weer en steeds toegespitster de afgrijselijke politieke situatie. Wat het Vlaams Nationaal Zangfeest aan paroxismen en krankzinnige leugens over de Walen in de toespraken van De Wever, Dedecker en Valkeniers heeft opgeleverd, gaat ieder voorstellingsvermogen te boven. Je denkt telkens weer dat er zich toch ergens in Vlaanderen stemmen van schaamte en angst moeten verheffen, dat er protest zou komen uit Europa, uit het buitenland - niets! 19 mei 2012, zaterdag Een enkel zwaluwtje in de lucht, het maakt geen zomer, maar het is toch prettig. Verder erg eenzaam; vooral innerlijk. Het wordt mij steeds duidelijker dat ik een volkomen nutteloos wezen uit de hogere cultuur ben dat niet in staat is in een primitievere omgeving te leven. 20 mei 2012, zondag Bij Verhulst thuis een gedrukte sfeer. Ze willen in ieder geval voor 1 juni weg uit Wallonië. Hebben geen keus. Angst voor represailles. Zowel van Vlamingen als van Walen. Ze denken eraan naar Parijs of Londen te gaan. Tot diep in de nacht luisteren we samen naar Jacques Brel. Zingen hardop mee. Zijn muziek vervult ons met ontroering en verbittering. 24 mei 2012, donderdag Ik heb me na maanden toch weer op een krant geabonneerd (Gazet van Antwerpen). Ik word bij het lezen iedere keer weer onpasselijk, maar de spanning is nu te groot, je moet minstens weten wat er gelogen wordt. 1 juni 2012, vrijdag Frank Vanhecke, Vlaams minister van Onderwijs, zegt tijdens een toespraak voor duizenden scholieren in Gent dat er vanaf volgend schooljaar geen Frans meer mag worden gegeven op lagere en middelbare scholen. Zijn boodschap wordt op een oorverdovend gejuich onthaald. Aan het eind van de toespraak zingt de hele menigte uit volle borst Vlaamse liederen. Alles is gericht op verdoving van het individu ten gunste van de collectiviteit. 5 juni 2012, dinsdag De situatie wordt steeds somberder. In Namen heeft een Waalse scholier een leraar Nederlands neergestoken. Vlaamse scholieren roepen om wraak. 11 juni 2012, maandag De 500.000 nee-stemmen en ongeldige stemmen gisteren tegenover 4.500.000 ja-stemmen betekenen ethisch heel veel meer dan alleen een negende deel van het geheel. Er is moed en bewustzijn voor nodig geweest. Alle kiezers zijn geïntimideerd en bedwelmd met frasen en feestrumoer. Een derde heeft uit angst, een derde door bedwelming en een derde uit angst en bedwelming ja gezegd. Mijn vrouw en ik hebben onze nee ook alleen uit een zekere wanhoop en niet zonder angst aangekruist. Niettemin is de splitsing nu een feit geworden, en dat is nog maar een begin. Stefan Brijs (38) is schrijver Al deze fragmenten komen bijna letterlijk uit dagboeken die de Duitse Jood Victor Klemperer van 1933 tot 1936 in Dresden bijhield. Ik heb ze vrij bewerkt, zij het in geringe mate. (Bron: Victor Klemperer, 'Tot het bittere einde. Dagboek 1933-1945', vertaling W. Hansen, Atlas, Amsterdam)

09 juni 2008

Een staatshervormende tijdreis

België opnieuw uitgevonden

"Hoe zou u België opnieuw uitvinden?", vroeg De Standaard op haar lezersforum. Hier alvast een voorzet...

Mocht ik naar 1830 gesluisd worden om België opnieuw uit te vinden, ik gaf het land 15 (kleine) provincies, waarvan minstens vijf tweetalige. De provinciegrenzen zou ik zoveel mogelijk enten op de de historische graafschaps-, hertogdoms- en prinsbisdomsgrenzen (van noord naar zuid). Dus zeker niet op de taalgrens (oost-west), maar net schrijlings eroverheen.

Elke provincie mag een eigen grondwet uitwerken, die de inwoners per referendum moeten goedkeuren. Als institutioneel cement voor het land krijgen de gemeenten de grootst mogelijke autonomie, gegrondvest op twee principes: minimale bevoegdheidsoverdracht van de gemeenten naar provincie of federatie (in stilte noem ik het "basissubsidiariteit", maar zulke termen wil ik mijn 19e-eeuwse vrienden nog niet aansmeren) en direct-democratische besluitvorming door de burgers-op-het-marktplein. Dit laatste prijs ik bij mijn revolutionaire voorvaderen aan als het beste zaaigoed voor stabiliteit, gemeenschapsvorming en vaderlandsliefde in een neutrale staat.

"Mijn" België van 1830 is een (tweetalige) grondwettelijke democratische republiek met twee kamers, een volkskamer en een "federale" of provinciekamer (met twee verkozenen per provincie). De Grondwet legt uitdrukkelijk de gelijkheid van burgers en parlement als de onverdeelde Souverein vast. Zowel burgers als parlementariërs hebben dus het initiatiefrecht voor nieuwe wetten. Bovendien moet elke grondwetswijziging per referendum goedgekeurd worden en kunnen de Belgen over alle door het parlement gestemde wetten een referendum afdwingen.

Eerder dan een meerderheid-oppositie-systeem opteer ik voor de consensusdemocratie: de regering bestaat uit zeven ministers, die bij het nemen van beslissingen zoveel mogelijk naar consensus streven en die zich collegiaal achter alle genomen beslissingen scharen (ook als ze persoonlijk een andere voorkeur hadden). Het parlement kiest de ministers uit de grootste facties (later uit de partijen), volgens een vaste verdeelsleutel. In 1830 telt de regering vier conservatief/katholieke en drie liberale ministers. Wellicht rond 1900 verkrijgen de socialisten een eerste vaste plaats in de regering. Aangezien de regering ook in de (federale) provinciekamer een meerderheid achter zich moet scharen, zijn de ministers min of meer evenwichtig over de taalgroepen verdeeld.

De functie van staatshoofd is louter ceremonieel. De regering schuift een van de ministers als kandidaat-president naar voren, het parlement kan deze vervolgens tot president van België verkiezen, telkens voor een jaar en maximaal eenmaal te verlengen.

De federale bevoegdheden blijven beperkt tot het strikt noodzakelijke om nationale onafhankelijkheid en welvaart te waarborgen: landsverdediging, binnen- en buitenlandse handel, munt- en postwezen, maten en gewichten, nationale wegen en kanalen, douane en dies meer. Al het overige (zelfs het strafrecht) blijft in 1830 provincie- of gemeentematerie. Dit garandeert dat eventuele toekomstige bevoegdheidsoverdrachten met instemming van de bevolking plaatsgrijpen en dus maximaal gelegitimeerd zijn.

Enzovoort. Ook al is zo'n ruwe schets van een genetisch gemodificeerd België niet meer dan een leuk gedachtenspelletje, één ding weet ik wel met stellige zekerheid. Als zo'n staatshervormende tijdreis me ooit gegund werd, zou ik mijn Zwitserse onderbuurman met zijn verwaand-patriottische blik wel lichtjes anders bejegenen dan vandaag. Dan zou namelijk niet hij, maar ik hem af en toe die typische, wat hovaardige "jullie-hebben-het-toch-maar-van-ons-Belgen-afgekeken"-grijns kunnen geven (sinds de Basisdemocratierevolutie van de jaren 1980 ook wel Belgian Smile genoemd). Maar toch zouden ook zulke historische toevalligheden mijn Zwitserse vriend en mij niet lang kunnen afhouden van onze wekelijkse geanimeerde buurmansdiscussie over het aanstaande continentale referendum omtrent onze EU-grondwet.

12 mei 2008

Het Egypte dat toeristen niet te zien krijgen...

Ook in Egypte wordt het afval gescheiden, maar dan wel handmatig en in de woonkamer. De documentaire (24 min.) Egypt's Rubbish People gaat over de "vuilnismensen" van Caïro, een gemeenschap van christenen die letterlijk te midden van Caïro's vuilnis leven.

05 mei 2008

Hoe betrouwbaar zijn stemcomputers?

De documentaire Hacking Democracy vertelt het verhaal van een oma die zowat op haar eentje de firma Diebold (de grootste leverancier van verkiezingssoftware en -hardware van Amerika) in haar blootje zet.

De film toont onder meer

  • dat de programmacode van de Diebold-stemmachines (de meest gebruikte in de VS) bedrijfsgeheim is,
  • dat specialisten de code binnen de 10 seconden konden kraken,
  • dat verkiezingsresultaten in nauwelijks 90 seconden vervalst kunnen worden (dit werd uitgezonden op National TV),
  • dat Al Gore ooit een negatief aantal voorkeursstemmen behaalde (om precies te zijn: minus 16022 stemmen),
  • dat de CEO van Diebold in 2004 openlijk zijn sympathie voor de Republikeinse Partij uitte (‘I am committed to delivering the Ohio vote to George W. Bush’, schreef hij in een fundraising brief (zie ook http://www.commondreams.org/headlines03/0828-08.htm),

en nog veel meer van dat fraais. Diebold is intussen van naam verandert en heet vandaag Premier Election Solutions.

25 april 2008

Israëls dagelijkse misdaden

Een aanrader: John Pilgers beklijvende documentaire "Palestine is still the issue" (Palestina is nog altijd het probleem).

20 februari 2008

Sommige waarheden mag zelfs een president niet uitspreken

Stel u eens voor - louter hypothetisch - dat de voormalige Duitse president Richard von Weizsäcker in een interview met de krant Die Welt zou beweren dat de moord op prinses Diana gepland en gepleegd werd door de Britse regering, in samenwerking met de Israëlische geheime dienst Mossad. Hoe groot is de kans dat de wereldpers met geen woord over deze aantijging zou reppen? Nihil, natuurlijk. Ook als Weizsäcker zijn bewering meteen weer zou intrekken, het feit dat ze gepubliceerd werd is in zulke gevallen Groot Nieuws. Geen krant, geen tv- of radiojournaal zou zo'n sensationeel bericht onvermeld laten. Of toch?
* * *
De christendemocraat Francesco Cossiga was van 1985 tot 1992 president van Italië. In 1979-1980 was hij Italiës eerste minister. Cossiga is doctor in de rechten, Honorary Fellow aan de Universiteit Oxford en houder van een hele resem eretitels en onderscheidingen. Op 30 november 2007 zei Cossiga in een interview met de krant Corriere della Sera over de aanslagen van 11 september 2001 : "Alle democratische kringen van Amerika en Europa, met voorop het Italiaanse Centrum-Links, weten heel goed dat de rampzalige aanval gepland en uitgevoerd werd door de CIA en de Mossad, met de hulp van de zionistische wereld, en met het doel om Arabische landen vals te beschuldigen en de westerse machten te overtuigen, in Irak en Afghanistan in te grijpen."
Letterlijk uit het interview: "[...] mentre tutti gli ambienti democratici d'America e d'Europa, con in prima linea quelli del centrosinistra italiano, sanno ormai bene che il disastroso attentato è stato pianificato e realizzato dalla Cia americana e dal Mossad con l'aiuto del mondo sionista per mettere sotto accusa i Paesi arabi e per indurre le potenze occidentali ad intervenire sia in Iraq sia in Afghanistan."
Merk op dat Cossiga in één zin maar liefst vijf markante beschuldigingen uit:
  1. De CIA heeft de aanslagen van 11/9 gepland en uitgevoerd.
  2. De Mossad heeft de aanslagen (mee) gepland en uitgevoerd.
  3. De "zionistische wereld" (wie dat ook moge zijn, gvh) heeft de CIA en de Mossad daarbij geholpen.
  4. Alle "democratische kringen" (wie dat ook mogen zijn, gvh) van Europa en Amerika weten dit.
  5. Het doel van de aanslagen was een alibi te verwerven om Arabische landen vals te beschuldigen en Irak en Afghanistan aan te vallen.
Bij dit verbaal geweld verbleekt het fictieve Diana-voorbeeld tot een fluttige futiliteit. Eén enkele zin, vijfmaal wereldnieuws! Nu zijn er twee mogelijkheden. Ofwel kraamt Cossiga onzin uit, monsterlijke en lasterlijke onzin. Ofwel heeft hij het - geheel of gedeeltelijk - bij het rechte eind. In beide gevallen behoort het tot de taak van de media om hierover te informeren, desgevallend met duiding en commentaar.
* * *
Ik wil het in deze bijdrage niet hebben over het waarheidsgehalte van Cossiga's beschuldigingen, wel over de opmerkelijke mediaberichtgeving in de nasleep van het interview.
Op Cossiga's schokkende aantijgingen reageerde de wereldpers namelijk... met een oorverdovend zwijgen. Geen woord. Niente. Google maar eens "Cossiga 9/11". Onder de meer dan 57 000 (!) hits zult u niet één "mainstream" krant vinden, niet één tijdschrift, niet één persagentschap. Wel honderden en nog eens honderden blogs, internet-nieuwssites, persoonlijke webstekken en discussieforums. Vanwaar dat verschil? Waarom censureerden De Standaard, De Morgen, de VRT en alle andere mij bekende "klassieke media" Cossiga's uitspraak? Dat het wel degelijk om (zelf)censuur gaat en niet om een toevallige onoplettendheid, lijdt weinig twijfel. Cossiga staat met zijn aantijgingen namelijk niet alleen.
* * *
Alle hierna genoemde (ex-)politici twijfelen openlijk aan de officiële versie van 9/11 of beschuldigen de Amerikaanse overheid van medeplichtigheid aan de aanslagen. Elk van hen eist een nieuw onderzoek naar de feiten.
  • Andreas von Bülow, voormalig Duits minister van Defensie en van Onderzoek en Technologie. Hij schreef onder meer een boek over 9/11, "Die CIA und der 11. September".
  • Horst Ehmke, voormalig Duits minister van Justitie: "Terroristen hadden zo'n aanval met vier gekaapte vliegtuigen niet kunnen uitvoeren zonder de steun van een geheime dienst." (Guardian, 22 juli 2004)
  • Michael Meacher, voormalig Brits minister van Leefmilieu, tegenwoordig verkozene in het Lagerhuis, had het in een opiniebijdrage in The Guardian over "bewijzen voor de steun van buitenlandse geheime diensten aan de kapers van 9/11" ("evidence of foreign intelligence backing for the 9/11 hijackers"). Meacher en von Bülow deden hun verhaal onder meer op AVRO's Twee Vandaag. (De Nederlandse en Canadese televisie gingen naar mijn weten het verst in hun kritische berichtgeving over 9/11. Maar ook in deze landen blijft het bij uiterst sporadische achtergrondprogramma's. Het nieuws halen zulke berichten omzeggens nooit.)
  • Mahathir bin Mohamad was meer dan twintig jaar lang (van 1981 tot 2003) eerste minister van Maleisië. Tijdens zijn premierschap werd hij beschouwd als een van de meest invloedrijke politici van Azië. Ook hij stelde bij herhaling de officiële versie van 9/11 in vraag. Op een vredesconferentie in Kuala Lumpur in 2007 zei Mahathir: "Ik kan geloven dat zij (de VS) 3000 eigen mensen zouden vermoorden om een excuus te hebben om 650000 Iraki's te vermoorden. Dit is het soort mensen waarmee we te maken hebben. Denk alstublieft niet dat dit fictie is." (bron 1, bron 2)
  • Yukihisa Fujita, Japans parlementslid. Op 10 januari 2008 hield hij gedurende veertig minuten in het Japanse parlement een tussenkomst over zijn twijfels aan 9/11. Hij stelde pijnlijk pertinente vragen aan eerste minister Fukuda. Ook dit opmerkelijke debat kreeg naar mijn weten geen aandacht in de media. Klik hier voor de videobeelden van het debat (deel één, met Engelse ondertitels; de andere delen staan rechts op het scherm).
  • Giulietto Chiesa (*), Italiaans EU-parlementslid. Dit is een opname van de conferentie "Axis for Peace 2005", waar Chiesa zegt (na 20 seconden in het filmpje): "Vier jaar geleden wijzigde een reusachtig media-event het wereldgebeuren. Miljarden mensen kregen daarvoor slechts één verklaring te horen, die volledig vals is [applaus]. Iedereen die dit in vraag durft te stellen wordt behandeld alsof hij gek geworden is. De media zwijgen. Ik denk dat u weet over welke gebeurtenis ik het heb: 11 september."
  • Paul Lannoye, mede-oprichter van Ecolo en voormalig Belgisch Europarlementslid (1989-2004) schreef, toen hij nog in functie was, deze open brief, waarin hij een nieuw onderzoek naar 9/11 eist en mensen oproept om zich bij de 9/11-waarheidsbeweging aan te sluiten. Zou hij zijn open brief misschien niet naar de pers verstuurd hebben?
Dit zijn maar enkele van de vele honderden prominenten, wetenschappers en vaklui die de officiële versie van 9/11 openlijk in twijfel trekken. Ze hebben nog een ander kenmerk gemeen: in de klassieke media worden ze doodgezwegen. Dit alles roept vooral veel vraagtekens op. Daarom eindig ik met deze vraag aan de journalisten en redacteuren die dit lezen: welk criterium hanteert u om systematisch alle twijfels over de officiële versie van 9/11 uit uw krant of journaal te weren? (*) Giulietto Chiesa organiseert op dinsdag 26 februari 2008 in het Europees Parlement (jawel) een film- en debatavond met als thema: "9/11, Europe for an Independent Commission of Inquiry". Naschrift (28 februari 2008): Met deze argumenten wees de redactie van De Standaard het bovenstaande opiniestuk af:
Meneer Van Hout, er zijn in 2006, nav de vijfde verjaardag, tal van stukken verschenen over de 'complottheorieën' over 9/11. Meer aandacht moet dat toch niet krijgen? We maken toch ook geen groot stuk elke keer dat dodi al fayed zegt dat zijn zoon en diana vermoord zijn? Hoeveel aandacht hadden we destijds aan X1 moeten schenken, volgens u? Dit stuk maakt weinig kans op publicatie, maar dat heeft weinig met censuur of taboes: het internet staat vol met complottheorieën over van alles en nog wat, als we daarmee beginnen is het einde gewoon zoek.