10 november 2007

Wereldnieuws dat misschien niet in uw krant stond...

Cheney afgezet?

Het Amerikaanse congres behandelt momenteel (10 november 2007) een voorstel om een impeachment-procedure tegen vice-president Dick Cheney op te starten, onder meer wegens het bewust achterhouden van informatie en verdraaien van feiten om de oorlog in Irak mogelijk te maken.

bron1 (democracynow.org)

bron2 (dailykos.com)

Volgens een enquête van de American Research Group zijn 54 % van de volwassen Amerikanen voor het opstarten van de afzettingsprocedure tegen Dick Cheney (voor Bush bedraagt dit percentage 46 %).

bron1 (afterdowningstreet)

bron 2 (american research group)

Vertaalfoutje

De beruchte uitspraak van Irans president Ahmadinejad dat Israël van de kaart geveegd moet worden, berust op een verkeerde vertaling. Wel zei Ahmadinejad dat hij hoopte dat "dit regime, dat Jeruzalem bezet, zou verdwijnen".

bron1 (mohammadmossadegh.com)

bron2 (juancole.com)

Derde wereldoorlog

Volgens de Asia Times verklaarde Vladimir Poetin bij zijn bezoek aan Iran, eind oktober, dat Rusland een Amerikaanse aanval op Iran als een aanval op Rusland zou beschouwen.

bron (atimes.com)

President Bush over een "interessante dag"

In december 2001 verklaarde George W. Bush dat hij op 11 september 2001 het eerste vliegtuig in het World Trade Center gebouw zag vliegen. "En ik zat buiten het klasje te wachten om binnen te gaan en ik zag hoe een vliegtuig de toren raakte – de tv stond kennelijk aan, en ik vloog vroeger zelf, en ik zei: "Wat een slechte piloot." En ik zei "Het moet een afschuwelijk ongeluk geweest zijn."

bron (CNN)

bekijk de video (18 sec.)

De volgende transcriptie van Bush' relaas vindt u op de website van het Witte Huis

Q(uestion): What was the first thing that went through your head when you heard that a plane crashed into the first building?

THE PRESIDENT: Yes. Well, I was sitting in a schoolhouse in Florida. I had gone down to tell my little brother what to do, and -- just kidding, Jeb. (Laughter.) And -- it's the mother in me. (Laughter.) Anyway, I was in the midst of learning about a reading program that works. I'm a big believer in basic education, and it starts with making sure every child learns to read. And therefore, we need to focus on the science of reading, not what may feel good or sound good when it comes to teaching children to read. (Applause.) I'm just getting a plug in for my reading initiative.

Anyway, I was sitting there, and my Chief of Staff -- well, first of all, when we walked into the classroom, I had seen this plane fly into the first building. There was a TV set on. And you know, I thought it was pilot error and I was amazed that anybody could make such a terrible mistake. And something was wrong with the plane, or -- anyway, I'm sitting there, listening to the briefing, and Andy Card came and said, "America is under attack."

And in the meantime, this teacher was going on about the curriculum, and I was thinking about what it meant for America to be under attack. It was an amazing thought. But I made up my mind that if America was under attack, we'd get them. (Applause.) I wasn't interested in lawyers, I wasn't interested in a bunch of debate. I was interested in finding out who did it and bringing them to justice. I also knew that they would try to hide, and anybody who provided haven, help, food, would be held accountable by the United States of America. (Applause.)

Anyway, it was an interesting day.

Wie kan die eerste inslag gefilmd hebben? Hoe bereikten de beelden de president zo snel? Waarom was deze verklaring geen wereldnieuws? Zouden we de persvrijheid herkennen als we ze hadden?

25 oktober 2007

11 september 2001 - of nog: Wat hebben generaal Wesley Clark en acteur Charlie Sheen met elkaar gemeen?

De website http://patriotsquestion911.com/ bevat honderden getuigenissen en citaten van Amerikanen die openlijk twijfelen aan de officiële versie van wat op 11 september 2001 gebeurde. Het zijn allen experten in hun vakgebied. Velen zijn overtuigd dat de Amerikaanse overheid en de geheime diensten actief betrokken waren bij de organisatie van de aanslagen. Opmerkelijk is in dit verband de kritiek van hooggeplaatste militairen en CIA-en FBI-medewerkers.

Trek eens een kwartiertje uit om een paar getuigenissen te lezen. Het is werkelijk hallucinant. Ervaren piloten, architecten, wetenschappers, topmilitairen leggen uit dat op 11 september onmogelijk gebeurd kan zijn wat de Amerikaanse regering ons wil doen geloven. Tientallen overlevenden getuigen dat ze meerdere explosies in de WTC-gebouwen hoorden.

De site, die heel goed gedocumenteerd is, bevat getuigenissen van

· 110+ officieren (tot de allerhoogste rang), CIA en FBI, politiemensen, overheids-officials

· 230+ ingenieurs en architecten

· 60+ piloten en luchtvaartprofessionals

· 160+ universiteitsprofessoren

· 190+ overlevenden van 9/11 en hun familieleden

· 100+ mediapersoonlijkheden

Een soortgelijke lijst, maar nu ook met kritiek van Congresleden, toppolitici en buitenlandse politici, vind je op de blog http://georgewashington.blogspot.com/2006/06/media.html.

Laat me iets weten als je graag meer informatie krijgt over wat ik intussen over 9/11 weet. Anderzijds wil ik ook graag je vragen of kritiek kennen. Het enige dat telt is de waarheid.

P.S. Als toemaatje nog dit artikel, waarin zeven CIA veteranen het 9/11 Commissierapport in vraag stellen: http://www.opednews.com/articles/genera_alan_mil_070922_seven_cia_veterans_c.htm

03 september 2007

Abgeordnetenwatch.de: hoe de Duitse kiezers in ijltempo mondiger worden

Abgeordnetenwatch.de biedt Duitse burgers de mogelijkheid om rechtstreeks en in alle openheid het gesprek met parlementsleden aan te knopen en ze bij hun parlementair werk op de vingers te kijken. Dagelijks telt de site meer dan 10 000 bezoekers. Daaronder ook meer en meer journalisten, die abgeordnetenwatch.de gaandeweg als informatiebron voor politieke verslaggeving ontdekken. Het initiatief ontstond in december 2004 in de deelstaat Hamburg en bestond tot voor kort alleen voor de Bürgerschaft, het Hamburgse parlement. Het succes was echter zo overweldigend dat abgeordnetenwatch.de in december 2006 naar het nationale parlement, de Bundestag, uitgebreid werd. Sindsdien stelden Duitse burgers maar liefst 6700 vragen aan hun verkozenen, gemiddeld meer dan 900 per maand! Maar niet alleen de burgers, ook de parlementsleden zelf doen hun best om er een succes van te maken: de antwoordquote ligt bij 75 %. De twee onderstaande voorbeelden illustreren de werking van de site (*): - Een burger pleit voor vervanging van de schoolplicht door vrije leerkeuze en vraagt Gregor Gysi (Die Linke) naar zijn standpunt hieromtrent. - Christian Ahrendt (FDP) antwoordt op de vraag, hoe hij over de invoering van het referendum in Duitsland denkt. Antwoordstatistieken en thematische zoekfuncties maken het mogelijk, de standpunten van verschillende verkozenen of hun ijver bij het beantwoorden van vragen te vergelijken. Ook kunnen de gebruikers sterke antwoorden als "lezenswaardig" aanbevelen. Maar de site heeft meer te bieden dan alleen vraag-en-antwoord. Naast een profielbeschrijving (bvb. FDP-voorzitter Guido Westerwelle) vinden de burgers er ook informatie over het stemgedrag en de bezoldigde nevenactiviteiten van hun verkozenen. Gefinancierd wordt abgeordnetenwatch.de uitsluitend met publiciteit en giften (naast een beperkte bijdrage van de parlementsleden voor bepaalde functies). In de aanloop naar (deelstaat)verkiezingen vormt kandidatenwatch.de een vergelijkbaar vraag-en-antwoord-platform voor alle opkomende kandidaten. De volgende stap voor abgeordnetenwatch.de is de uitbreiding naar alle zestien Duitse deelstaatparlementen. Sinds begin augustus loopt een campagne om burgers aan te zetten, hun "deelstaat-watch" mee te financieren. Een deelstaat krijgt zijn eigen abgeordenetenwatch zodra er voldoende geld is om de site 90 dagen lang te modereren. (*) naschrift april '08: de twee links hieronder voeren niet meer naar de oorspronkelijke vragen, maar het principe is nog altijd hetzelfde

01 september 2007

De onverwachte ontknoping van de Belgische crisis

Ceci n'est peut-être pas une fiction... We schrijven eind oktober 2007, meer dan 120 dagen na de verkiezingen. Na drie informateurs, twee formateurs, een ontmijner en een verkenner zit de Belgische regeringsvorming nog altijd muurvast. De koning houdt het bed na een lichte beroerte. Het land zit in het slop. Maar dan verschijnt op de Franse televisie een deus ex machina... In een pas daags vooraf aangekondigde tv-toespraak richt de Franse president S. zich verrassend niet tot de Franse, maar tot de Belgische bevolking. Na een korte schets van de politieke crisis in België komt hij ter zake: "De laatste decennia nam de economische, politieke, culturele en maatschappelijke kloof tussen Vlamingen en Walen gestadig toe. Vandaag lijkt deze kloof niet meer te overbruggen. (...) Tussen Vlaanderen en Wallonië ontbreken de minimale cohesie en de oprechte interesse in het welzijn van de andere bevolkingsgroep die de grondvoorwaarden vormen voor elk samenleven in een gedeeld staatsverband. Om historische redenen behoort Vlaanderen vandaag tot de welvarendste regio's van Europa, Wallonië tot de armste." Nog volgens S. telt het kleine Vlaanderen te weinig schouders om het Waalse welvaartsprobleem nog langer op te vangen. Bovendien slaagt Wallonië er in de huidige Belgische context niet in, hoognodige hervormingen op gang te brengen. "Frankrijk wil niet daadloos toekijken terwijl België langzaam maar zeker uit elkaar valt, in een mogelijk – voor België én Europa – pijnlijk proces met een niet te voorspellen afloop. Laten we de feiten onder ogen zien: België heeft geen toekomst meer." Vervolgens richt S. zich tot de Waalse bevolking: "Waalse vrienden, ik roep u op uw lot in eigen handen te nemen en u bij Frankrijk aan te sluiten. La France vous recevra à bras ouverts!" S. spiegelt de Walen een welvarende toekomst voor: "Voor de Fransen en de francofonie zou de vereniging met Wallonië een onschatbare culturele verrijking betekenen. Frankrijk wil de nodige inspanningen leveren om de Waalse bevolking op weg te helpen naar een meer welvarende toekomst, binnen de Franse natie en binnen Europa", aldus nog de president. Daarop schetst S. zijn visie op het post-Belgische Europa. "Vlaanderen en de Oostkantons moeten in alle vrijheid hun eigen weg kunnen gaan." Voor Vlaanderen betekent dit de onafhankelijkheid, voor het Duitstalig Gewest stelt S. een referendum in het vooruitzicht. Voor Brussel ("historisch een Vlaamse, vandaag in meerderheid een franstalige, maar tegelijk een uitgesproken Europese en cosmopolitische metropool") ziet de Franse president een nieuw statuut weggelegd: Europees Hoofdstedelijk District, naar het voorbeeld van Washington D.C. "Zo kan Brussel uitgroeien tot de volwaardige, viertalige hoofdstad van het eengemaakte Europa. De EU zal vanzelfsprekend de nodige werkingsmiddelen voor Brussel ter beschikking stellen." ... Enzovoort. Als dit scenario vandaag louter fictie is, dan toch vooral omdat het zich nog niet afgespeeld heeft... Is het werkelijk zo ondenkbaar? Op 25 augustus 2007 schreef Alexandre Adler in de sterk bij Sarkozy aanleunende krant Le Figaro: "(...) het dogma van de Franse diplomatie dat Vlaanderen per se een deel van België moet blijven, dient te worden herzien". Tegelijk pleit Adler onomwonden voor de aansluiting van Wallonië ("les Français de Belgique") bij Frankrijk. Hoe lang zouden de Walen hun verkrampte Belgische omhelzing nog volhouden, mochten ze zich welkom weten in de Franse moederschoot? Met de steun van Berlijn en Londen zou een dergelijk plan de meest geopperde argumenten tegen de ontmanteling van België met één beweging van de tafel vegen: de twistappel Brussel, het perspectief van een op zichzelf aangewezen verarmd Wallonië, de vrees van sommige regeringen (Spanje, Groot-Brittannië, Rusland, Turkije...) dat Vlaanderen zich ooit op het zelfbeschikkingsrecht der volkeren zal beroepen. Me dunkt dat de charismatische Franse president-met-een-missie als geen ander in staat is een dergelijke snelle en omzeggens pijnloze Europese oplossing voor het Belgische probleem te helpen doordrukken.

21 juni 2007

Europese burgers, wees waakzaam!

(opinieartikel in De Standaard, 21 juni 2007) Deze week trachten de 27 staats- en regeringsleiders van de Europese Raad belangrijke delen van het Europees grondwettelijk verdrag alsnog te redden. Het benieuwt me ten zeerste, welke van de volgende bepalingen uit de ‘grondwet’ de Raad zal behouden: • De in het verdrag ingeschreven toelating om bij oproer of opstand in de menigte te schieten? (slotakte, verklaring 12, art. 2) • De uitdrukkelijk vermelde mogelijkheid om de doodstraf opnieuw in te voeren? (slotakte, verklaring 12, art. 2) • De mogelijke overheveling van onder meer onderwijs, jeugd, sport en toerisme naar het Europees beleidsniveau? (art. I-17 en III-282) • De bevoegdheid die art. IV-445 aan de Europese Raad schenkt om, ook zonder de instemming van het Europees parlement, 154 van de 321 artikelen uit deel III van het grondwetsverdrag te wijzigen? Deel III, het deel dat Sarkozy kost wat kost wil redden, gaat over ‘Beleid en Werking van de Unie’ en bepaalt onder meer welke beleidsdomeinen (al dan niet exclusief) op het Europese niveau liggen. Ook onderwijs, jeugd, sport en toerisme vallen daaronder. Maar er is meer: de zogenaamde flexibiliteitsclausule (art. I-18) maakt het mogelijk om, zonder instemming van de nationale parlementen, ook nieuwe bevoegdheden in deze beleidsdomeinen naar het Europese niveau over te hevelen. Een bedenking bij dit alles: in hoeveel democratieën kan de grondwet buiten het parlement om gewijzigd worden? • De grondwettelijke verankering van Straatsburg als zetel van het Europees parlement, met andere woorden de vastlegging van de miljoenen euro's verslindende maandelijkse karavaan tussen Brussel en Straatsburg? (slotakte, 6e protocol) • De levenslange gerechtelijke immuniteit voor 40 000 EU-ambtenaren en -medewerkers voor daden die ze ‘in hun officiële hoedanigheid’ stellen? (slotakte, protocol 7, art. 11) • De inperking van het respect voor het privé-leven, de woning en de correspondentie van de burgers, wanneer “het economisch welzijn van het land” of “de bescherming van de goede zeden” dat vereisen? (slotakte, verklaring 12, art. 7) • De mogelijkheid om oorlog te voeren zonder de instemming van het Europees parlement? Volgens de nieuwe grondwet kan de ministerraad eenzijdig over militaire operaties beslissen. (art. I-41 en art. III-376). • De in de Grondwet ingeschreven verplichting (!) voor de lidstaten om hun militaire uitgaven te verhogen? (art. I-41) Dit alles keurde het Belgische parlement destijds met een overweldigende meerderheid en zonder noemenswaardig debat goed. Met hun ‘non/nee’ keilden de Fransen en de Nederlanders het grondwetsverdrag in principe in de juridische prullenmand. Maar de troika Merkel-Sarkozy-Barroso lijkt vastbesloten, alsnog zoveel mogelijk van het verdrag door te drukken. Zonder lastige referenda, welteverstaan. Dit grondwettelijk verdrag zet de scheiding der machten definitief op de helling en maakt de EU nog minder democratisch dan ze al is. Dat geven ook Europese toppolitici onomwonden toe: • “Ik heb nog nooit een zo donkere donkere kamer gezien, als deze Conventie” (de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker over de Europese Conventie, die het grondwetsverdrag uitwerkte, Der Spiegel, 16 juni 2003). • “Het is niet overtuigend, het principe van de scheiding der machten zonder meer op de EU over te dragen.” (de Duitse parlementsvoorzitter Norbert Lammert, Welt am Sonntag, 18 maart 2007). • “Het in werking treden van het grondwettelijk verdrag zal het proces van de sluipende centralisering nog versterken. (...) Deze grondwet moet men afkeuren” (Roman Herzog, voormalig president van de Bondsrepubliek, daarvoor jarenlang voorzitter van het Duits grondwettelijk Hof, Welt am Sonntag, 14 januari 2007). Tot slot nog dit: de ‘Europese Grondwet’ is helemaal geen grondwet, maar wel een multilateraal verdrag tussen staten. Een verdrag weliswaar dat die staten boven de eigen grondwet plaatsen. Het grote verschil met een (grond)wet is echter de bijna-onmogelijkheid om in de praktijk een bestaand internationaal verdrag te wijzigen. Precies daarom moeten staatsverdragen in een land als Zwitserland bij referendum goedgekeurd worden. Kortom, redenen genoeg voor ons burgers om deze week extra waakzaamheid aan de dag te leggen. Geert Van Hout is vertaler en slavist. Hij studeert sinds 2004 natuurkunde in Berlijn. Hij schreef deze bijdrage in naam van 'Mehr Demokratie', een organisatie met meer dan 4.400 leden die in Duitsland en Europa ijvert voor de directe democratie www.mehr-demokratie.de De verwijzingen in deze tekst hebben betrekking op de officiële verdragsteksten zoals ze vermeld staan in het e-book Europese Grondwet (www.grondweteuropa.nl).

06 mei 2007

Sarkozy, Président de la France

Als Sarkozy zijn verkiezingsprogramma daadwerkelijk uitvoert, begint in Frankrijk een tijdperk van ingrijpende binnenlandse hervormingen in werkgelegenheid, migratie, veiligheid en milieu. Meteen verliest België zijn laatste grote ‘bondgenoot’ in de politieke en sociale verstardheid. Ons land blijft eenzaam achter, een navelstarend eilandje van immobilisme tussen maatschappelijk en politiek volop evoluerende buurlanden. Waarom? Omdat de PS van geen verandering wil weten. En omdat de Vlaamse politici te graag aan de macht zijn om de PS van weerwoord te dienen. Net zoals in Frankrijk kunnen alleen de kiezers voor verandering zorgen. (als lezersbrief gepubliceerd in De Standaard, 8 mei 2007)

27 april 2007

Arme democratie?

Waarde heer Vandermeersch, In Steven Samyns bijdrage “Arme democratie” (DS, gisteren) ontbreekt volgens mij een cruciaal element, namelijk een aanzet om de (terecht!) aangekaarte problemen ook op te lossen. Wat baat het om steeds opnieuw de zwakten van onze “parlementaire democratie” (lees: partijenoligarchie) aan te kaarten, als we niet meteen ook constructief nadenken over mogelijke oplossingen? Wanneer, mijnheer Vandermeersch, opent De Standaard eindelijk het debat over dé kernvragen van de hedendaagse parlementaire democratie: Hoe democratisch is een partijenoligarchie? Welk aandeel van het wetgevend werk mag in de lobby van de democratietempel plaatsgrijpen? Welke rol moet de wetgevende macht in een moderne democratie vervullen? Welke mogelijkheden moet de burger krijgen om wetten aan te vechten of in te voeren, om de politici te controleren? Hoe democratisch zijn de Europese instellingen in het licht van de gevonden antwoorden? Met dat boeiende debat zou uw krant alvast de eerste stap naar een “rijkere democratie” kunnen zetten... Met vriendelijke groet, Geert Van Hout (Berlijn) De oorspronkelijke bijdrage van Steven Samyn (DS 27 april 2007):
Arme democratie WAAROM HET PARLEMENT NIET NAAR BEHOREN FUNCTIONEERT Het was een triest schouwspel donderdag in de Kamer. Het laatste vragenuurtje van deze regeerperiode kon niet beginnen. Reden: de federale regering was niet aanwezig. Van de 15 ministers en 6 staatssecretarissen was geen enkele excellentie op tijd in het parlement geraakt. Pijnlijker kon de onmacht van het parlement moeilijk geïllustreerd worden. Het vragenuurtje is nochtans het wekelijkse mediatieke hoogtepunt in de Kamer. Op zijn afscheidslunch benadrukte voorzitter Herman De Croo (Open VLD) vorige week terecht dat er de voorbije jaren veel geïnvesteerd is om de uitstraling van zijn assemblee te vergroten. Hij heeft kosten noch moeite gespaard om het uitzicht en het aanzien van het parlement op te krikken. Een kwart miljoen bezoekers kwamen er over de vloer, net zoals tientallen hoogwaardigheidsbekleders. Jammer genoeg heeft ook De Croo niet kunnen verhinderen dat het allemaal wat rommelen in de marge bleef. Bij de bevolking hebben kamerleden misschien nog een zeker prestige, maar in de realiteit zijn ze vaak niet meer dan veredelde stemmachines. Dat wordt nooit duidelijker dan op het einde van een regeerperiode. Op dat moment ledigt de regering nog snel al haar schuiven en probeert ze teksten die om de een of andere reden niet door het parlement zijn geraakt alsnog goed te laten keuren. Twee weken geleden moesten de kamerleden vervroegd uit vakantie terugkeren. Niet om zich inhoudelijk te buigen over nieuwe ontwerpen, maar om de ellenlange programmawetten en andere teksten braafjes goed te keuren. Van een marathonzitting die 18 uur duurde, bleef eigenlijk alleen een nachtelijke aankondiging van De Croo hangen. Om 3 uur had hij laten weten dat zijn diensten croissants in de oven hadden geschoven. Het eindresultaat bleef uiteindelijk hetzelfde: de volksvertegenwoordigers mochten een rondje knikken en slikken. Er was de voorbije weken duidelijk een gebrek aan tijd om degelijk inhoudelijk werk te leveren. Het resultaat is dat een aantal ontwerpen werd goedgekeurd die van een schabouwelijke kwaliteit zijn. Dinsdagavond moesten de kamerleden opnieuw stemmen over een stapel wetsontwerpen. Deze keer werd er niet geknikt en geslikt. Het was niet van niet willen, het was van niet kunnen. Er waren immers niet genoeg parlementsleden opgedaagd om de teksten goed te keuren. Liberalen en socialisten zijn samen goed voor 98 kamerzitjes, dat is bijna tweederde van het aantal kamerleden. Om een meerderheid te leveren, moeten er dus 76 opdagen. Jammer genoeg bleken er niet meer dan 73 op het appel te zijn verschenen. Toen De Croo na een schorsing van 15 minuten opnieuw de koppen telde, bleken er... nog maar 72 aanwezigen in het halfrond te zijn. Was het een vorm van stil protest? Wilden enkele parlementsleden een middelvinger opsteken naar de regering? De realiteit was iets minder prozaïsch. Onder meer in Gent werd een gemeenteraad georganiseerd. En een (cumulerend) politicus moet nu eenmaal zijn prioriteiten kennen. Veel maakte het in elk geval niet uit. De wetsontwerpen werden dan maar woensdagnamiddag goedgekeurd. Wie dacht dat de wetgevende macht hier een dieptepunt had bereikt, vergist zich schromelijk. Want dankzij ons tweekamerstelsel mogen heel wat teksten na een passage in de Kamer naar de Senaat. Studenten grondwettelijk recht leren dat de Senaat sinds 1993 de rol vervult van reflectiekamer. De Hoge Vergadering is de plaats waar de dames en heren senatoren zich buigen over de grote vraagstukken en de kwaliteit van de wetgeving in het oog moeten houden. Tot zover de theorie. De praktijk ziet er dezer dagen een heel stuk anders uit. Een deel van de teksten die woensdag om 15 uur groen licht kregen van de Kamer, werden donderdagavond om 20 uur door de Senaat goedgekeurd. In onze democratie is 30 uur blijkbaar ruim voldoende om te reflecteren over 41 wetsontwerpen. Stuk voor stuk werden ze ongewijzigd goedgekeurd. On the record valt er in meerderheidskringen weinig kritiek te horen. Parlementsleden worden in ons partijpolitieke bestel niet geacht veel kritiek te uiten, toch niet op de eigen partij. Off the record wordt toegegeven dat ze ook de voorbije vier jaar niet veel meer gedaan hebben dan sleutelen aan wat punten en komma's. Het is niet eens meer dat het parlement wikt en de regering beschikt. Het parlement wordt in de werking van onze democratie gewoon weggeblazen door de regering. Over enkele weken is het weer zover en mag het volk zijn vertegenwoordigers aanduiden. Verkiezingen zouden een hoogdag voor de democratie moeten zijn. In realiteit tellen op 10 juni alleen de cijfertjes. Niet wie verkozen is, zal tellen. Wel hoeveel verkozenen elke partij heeft. Dan kunnen de echte machthebbers op de partijhoofdkwartieren aan de slag. Na een paar weken of maanden zullen zij een nieuwe meerderheid hebben gesmeed. De hele regeerperiode door zullen de parlementsleden van die meerderheid vervolgens de regeringsbeslissingen mogen goedkeuren. Hebben de parlementsleden dan helemaal geen macht? Toch wel. Een aantal zal in stilte hard werken aan thema's die nooit in de spotlichten komen. Hier of daar zal een kamerlid en misschien zelfs een senator zich ontpoppen tot een politiek talent. Vroeg of laat verzeilen die in de regering. Dan kunnen ze echt beginnen wegen op de vaderlandse politiek. Steven Samyn is Wetstraatredacteur.

25 april 2007

democratie en leugenachtigheid

(verschenen in De Standaard op 26 april 2007) Defaitisme 'Ook bij ons zal er voor 10 juni veel worden voorgespiegeld dat na die datum onhaalbaar zal blijken te zijn. Die wetenschap is voor velen een bron van ergernis tegenover het politieke bedrijf. Maar het is er onlosmakelijk mee verbonden. Hoe meer mensen dat inzien, hoe gezonder de democratie is', schrijft deze krant in haar commentaar (DS 25 april) Meent u nu werkelijk dat de democratie gezonder is naarmate meer mensen de leugenachtigheid van het pre-electorale partijopbod als een onlosmakelijk aspect van het politieke bedrijf aanvaarden? Moeten we het defaitisme dan maar institutionaliseren? Zouden we niet beter op zoek gaan naar een democratisch model waarin voor dit soort cynisme geen plaats is? Hier volgt meteen een eerste aanzet: geef de burgers de mogelijkheid om bij verkiezingen de door de partijen voorgestelde lijstvolgorde te doorbreken (bijvoorbeeld door de meervoudige voorkeurstem en het panacheren in te voeren). Geef hen de mogelijkheid de verkozen politici op elk moment tot de orde te roepen (bijvoorbeeld door de volksraadpleging en het bindend referendum op volksinitiatief in te voeren). Beide maatregelen zijn met democratie verbonden. Hoe meer mensen dat inzien, des te gezonder de democratie is. Geert Van Hout (Berlijn) De oorspronkelijke commentaartekst van Bart Sturtewagen (uit DS 24 april 2007): Niet reddeloos De uitslag van de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen biedt interessante aanknopingspunten voor onze eigen federale verkiezingen, over zeven weken. Het eerste en belangrijkste is dat fatalisme uit den boze is. Fatalisme over de mate waarin politiek wervend kan zijn en mensen kan aanspreken. En fatalisme over de mate waarin een deel van het electoraat reddeloos zou zijn voor de democratische politiek. De opkomst van de Fransen voor de stemronde van vorige zondag overtreft alle verwachtingen. Zonder opkomstplicht en met uitzonderlijk goed aprilweer ging toch 85 procent van hen naar het kieslokaal. Als kiezers het gevoel krijgen dat hun mening er iets toe doet én erop vertrouwen dat met hun stem iets nuttigs zal worden aangevangen, dan dagen ze op. Dat schept een grote verantwoordelijkheid voor de politici. De verwachtingen zijn huizenhoog. Daar geen afdoende antwoord op bieden, zal al het krediet weer doen smelten als sneeuw voor de zon. Het ging zondagavond in de televisiedebatten de hele tijd over changement, transformation en renouveau. Iedereen vindt dat het anders en beter moet. De uitdaging voor de politieke leiders van straks zal zijn om die vernieuwing ook gestalte te geven. Daarvoor moeten ze de tweedeling van het politieke landschap en de blokkeringen die ze meebrengt, overstijgen. Dat koploper Nicolas Sarkozy erin slaagde Jean-Marie Le Pen te reduceren tot een goede 10 procent, maakt duidelijk dat een potig discours wel degelijk in staat is om kiezers uit hun negativisme en cynisme te halen. Die taal is onwelgevallig voor de oren van fijnbesnaarde zielen, maar ze werkt. Ook wie zelf geen aanhanger van die aanpak is, moet de intellectuele eerlijkheid opbrengen om het onderscheid te maken tussen een verhaal dat op uitsluiting is gebaseerd en een pleidooi voor verantwoordelijkheid, discipline, rechten en plichten. Het ene behoort niet tot de ruimte van de democratische politiek, het andere wel, ook al hoeft niemand het ermee eens te zijn. Overigens klonk Sarkozy zondagavond behalve presidentieel plots ook heel wat verzoenender tegenover Ségolène Royal en vooral poeslief tegenover de kiezers van de centrist François Bayrou. De evenwichtsoefening waarvoor de rechtse kandidaat staat om het presidentschap te pakken, is uiterst complex. Eens te meer wordt het politieke adagium bewezen dat je om de macht te verwerven, heel andere technieken en talenten behoeft dan om ze uit te oefenen. Het loven en bieden dat een verkiezing voorafgaat, contrasteert vaak fel met het eropvolgende beleid. Ook bij ons zal er voor 10 juni veel worden voorgespiegeld dat na die datum onhaalbaar zal blijken te zijn. Die wetenschap is voor velen een bron van ergernis tegenover het politieke bedrijf. Maar het is er onlosmakelijk mee verbonden. Hoe meer mensen dat inzien, hoe gezonder de democratie is.

30 maart 2007

Mag de volgende premier een franstalige zijn?

(gepost op het forum van De Standaard rond dezelfde vraag) De huidige Belgische 'logica' is dat 50 % van de Belgische ministers van nu tot in de eeuwen der eeuwen (wat volgens de helft van de Belgen betekent: nog 50 jaar) franstalig is. De eerste minister wordt niet meegeteld omdat die 'taalneutraal' moet zijn. De tegenpartij (de taalgroep die niet de EM levert) kan daar streng op toekijken, wat de franstaligen gegarandeerd ook doen. Dat leidt automatisch tot een soort hypercorrectie bij de Vlaamse eerste ministers (cf. de superbelgen Martens, Dehaene, Verhofstadt). Aangezien Vlaamse politici op nationaal niveau doorgaans veel minder (lees: niet) 'op hun strepen staan' als het op taalgevoelige zaken aankomt, zal een franstalige premier zich in de praktijk veel minder taalneutraal opstellen dan een Vlaamse. Ik zie maar een oplossing: schaf de pariteit in de regering af en laat de premier rechtstreeks verkiezen. Maar ja, dat zou een voor ons land fatale overdosis democratie betekenen.

27 maart 2007

30 % racisten?

Lezersbrief aan De Standaard, 27 maart 2007 Waarde redactie, "30 % van de Vlamingen vinden zichzelf racistisch", schrijft DS. Welnu, volgens een recente studie van de Franse Commission nationale consultative des Droits de l'Homme geldt dat ook voor 30 % van de Fransen (terwijl 48 % vinden dat hun land teveel immigranten telt). Welke definitie van racisme hanteren al die mensen? Toch niet allemaal dezelfde? Wat kun je met zo'n uitspraak aanvangen (behalve stemmingmakerij) als je niet eens de gebruikte termen definieert? Even betekenisloos lijken me beweringen zoals "30 % van de mannen vinden zichzelf vrouwelijk" of "98 % van de politici noemen zichzelf democratisch". Ik roep journalisten en opiniemakers dringend op om alle ideologisch geladen termen steevast en ondubbelzinnig te definiëren alvorens ermee te goochelen. Geert Van Hout Berlijn

05 januari 2007

De partij van Jean-Marie Dedecker

Deze reactie postte ik op het Forum van DS, bij de vraag of "de partij van JM Dedecker kans maakt om bij de volgende verkiezingen de kiesdrempel te halen" Als Dedecker een geloofwaardig en beperkt programma uitwerkt dat een echt antwoord biedt op belangrijke maatschappelijke en politieke uitdagingen (en dus per definitie een aantal 'Belgische taboes' doorbreekt), dan maakt hij volgens mij kans om een grote groep kiezers te overtuigen en de kiesdrempel te halen. Als hij vervolgens dat programma consequent blijft uitdragen en zo op de politieke besluitvorming gaat wegen ('zweeppartij'), kan zijn partij uitgroeien tot een 'blijver'. Als Dedecker daarentegen zijn populariteit als zijn belangrijkste troef ziet, lijkt me een herhaling van het ROSSEM-scenario zo goed als zeker: een onverhoopt sterk resultaat in 2007 (mogelijk meer dan 5 %), gevolgd door een gestadige marginalisering en uiteindelijk, bij de volgende verkiezing, de politieke dood. De bovenstaande keuze heeft ook ingrijpende gevolgen voor Dedeckers medestrijders en partijgenoten. In het eerste geval ("inhoud eerst") kan hij serieuze en welmenende mensen aantrekken die vervolgens populair kunnen worden door hun geloofwaardigheid en inzet. In het tweede scenario ("populariteit eerst") moet Dedecker bovenal op zoek gaan naar populaire Vlamingen, waarvan de meeste hun bekendheid niet te danken zullen hebben aan hun maatschappelijke en politieke prestaties, wel veeleer aan een verleden als omstreden theatermaker of morele amokloper.