24 november 2008

Lang leve het verkochte kindje!

Twee jonge ouders uit het Gentse verkochten hun ongewenste baby aan een Nederlands koppel, dat graag een kindje wou. In de pers en op internetfora is het hek van de dam en worden zware straffen geëist voor dit monsterlijk geval van mensenhandel. Ik pleit voor wat meer begrip voor de ouders.

In plaats van het te laten aborteren of na een achterkamerbevalling in een kussen te smoren, kozen deze mensen ervoor, hun kindje – na een ongetwijfeld moeilijke en lange zwangerschap – op de wereld te zetten en het, zoals het goede ouders past, alle kansen op een goed leven te schenken. Dat ze zichzelf gezien hun huidige levensomstandigheden daartoe niet in staat achtten, getuigt van zelfkennis en wijsheid. Zoals het goede ouders betaamt vertrouwden ze op hun eigen oordeel over de te volgen weg. En dus zochten ze zelf een beter tehuis voor hun ongeboren kind, eerder dan het blindelings in het riviermandje van een adoptieorganisatie te leggen.

Maakt het dan werkelijk zo'n groot verschil uit dat die mensen geld voor hun kindje ontvingen? Toegegeven, ze handelden als een niet-erkend privé-adoptiebureau, maar wat dan nog? Waarom moet de staat het alleenrecht hebben op het verhandelen van kinderen? Ja, waar haalt de staat überhaupt het recht vandaan om ongewenste zuigelingen in beslag te nemen en ze vervolgens aan het 'meestplooiende' (en ook diep in de portefeuille tastende) gezin door te verkopen?

Overigens heeft het Gentse ouderpaar zijn eerste adoptiedossier schijnbaar grondig voorbereid: zelfs nu de zaak aan het licht gekomen is mag de baby voorlopig bij de Nederlandse 'wensouders' blijven. Zo slecht kan het bij die mensen dan toch niet zijn.

Een doorslaggevend argument tegen de beschuldiging van 'kinderhandel' is dat de Nederlandse ouders van bij het begin een advocaat inschakelden en dat ze - althans, dat zeggen ze zelf - ook de gynaecoloog en de therapeut van de moeder inwijdden. Als dàt kinderhandel is, wat is dan de legale adoptieprocedure anders dan een monopolie van de staat op kinderhandel?

Maar het meest ergerlijke aan de hele zaak is nog de rol die de pers zichzelf toemeet. Had journalist Roelof Bosma het verhaal niet uitgebracht, zou dit kindje vandaag evenveel uitzicht op een gelukkige jeugd bij 'goede ouders' hebben als elke gemiddelde zuigeling. Nu is de kans reëel dat Roelof Bosma het leven van vijf mensen in de vernieling geschreven heeft (en hij verdient er nog geld aan).

De Standaard (24 november) drijft dit fait divers nog verder op de spits en maakt er een zaak voor het wereldtribunaal van: "De grond van de zaak is moreel onaantastbaar: kinderen hebben recht op ouders, op goede ouders die het beste met hun voor hebben. Die stelling is niet omkeerbaar.", aldus Veerle Beel.

Ziedaar, alweer een mensenrecht erbij: het recht op goede ouders (let op het meervoud). Gemakkelijk gezegd natuurlijk, en welgemeend applaus op alle emobanken, maar hoe gaan we dat recht in een meetbaar criterium formuleren? En vooral, hoe het vervolgens toepassen? Gaan we alle gescheiden en alleenstaande ouders vervolgen als schenners van het Beelse meervoud? Mogen pubers of jonge volwassenen binnenkort hun ouders voor het gerecht slepen en schadevergoedingen eisen omdat ze 'niet het beste met me voorhadden'?

Zo'n 'recht' is natuurlijk pure nonsens. Van een mensenrecht kan pas sprake zijn als je het (minstens in principe) universeel kunt toepassen, dus op alle mensen, nu en in de toekomst. Daarom zijn 'vrije meningsuiting' en 'niet gefolterd worden' mensenrechten, 'goede ouders hebben' niet.

'Goede ouders, die het beste met je voorhebben' is niet meer dan een welgemeende, innige wens of in het beste geval een nobel streven. Jammer genoeg is die wijsheid aan Roelof Bosma en zijn pennegenoten niet besteed.

20 november 2008

Zaak-Vanhecke ongrondwettelijk?

Gisteren schreef ik op deze blog dat het gerecht in de zaak-Vanhecke tegen de letter van de grondwet handelt. Het parket van Dendermonde wil EP-lid Frank Vanhecke vervolgen wegens een vermeend racistisch artikel in een VB-blad, waarvan Vanhecke de verantwoordelijk uitgever was. Tot gisteren bleek uit alle beschikbare informatie dat de auteur van het artikel zich bij het gerecht gemeld had. Als de auteur bekend is (en in België woont) kan volgens artikel 25 van de grondwet de uitgever niet vervolgd worden. Het parket wou Vanhecke toch vervolgen en op vraag van minister van justitie Jo Vandeurzen hief het EP hief Vanheckes onschendbaarheid op. Het parket leek zich van de grondwet niets aan te trekken. Ik kon niet anders dan protesteren. Vandaag nuanceert De Standaard het een en ander. Volgens Wim Winckelmans beschikt het parket over aanwijzingen dat de titel en de gewraakte passages van het artikel niet door de 'auteur' geschreven zijn, maar achteraf door iemand anders gewijzigd gewijzigd werden. "Vraag is dan wie de wijzigingen aan het artikel nog heeft aangebracht. Aangezien het gerecht dat nooit heeft kunnen achterhalen, komt het toch nog bij verantwoordelijk uitgever Frank Vanhecke aankloppen, volgens hetzelfde grondwetsartikel waarachter die zich verschuilt", aldus Winckelmans. Nieuwe informatie, dus. In hoeverre het allemaal klopt, kan ik niet beoordelen. Maar mijn bewering dat 'het gerecht de grondwet overtreedt' kan ik nu niet meer hard maken. Daarom heb ik het bericht van gisteren verwijderd. Waarom ik het voor Vanhecke opnam Sinds de zogenaamde 'zwarte zondag' van 1988 is het Belgische establishment in oorlog met het Vlaams Blok/Belang. Omdat ze in het openlijk separatistische discours van het VB de grootste bedreiging voor het voortbestaan van het land zien (zagen?). Rond de partij werd een cordon sanitair gelegd. De andere partijen eisten voor zichzelf het epitheton 'democratisch' op. De heksenjacht op het VB was open. Sindsdien zijn "alle middelen" goed om het VB te bestrijden (een uitspraak van Louis Tobback). Met vereende krachten zetten het Hof, de kerk, de partijen, de vakbonden, de media, het gerecht, een aantal topindustriëlen deze strijd tot vandaag voort. De vervolging van Frank Vanhecke is slechts een zoveelste veldslag in deze vuile oorlog. Je hoeft overigens geen VB-aanhanger te zijn om dit soort onverwkikkelijkheden aan te klagen. Ook Frieda Brepoels (N-VA) noemt de zaak-Vanhecke onverbloemd een 'politiek proces'. Toch blijft het moeilijk om in het heersende klimaat van onverdraagzaamheid openlijk de verdediging van het Vlaams Belang op te nemen. Het zou goed zijn, mochten wat meer mensen uit 'onverdachte hoek' (desnoods ter indekking van zichzelf Voltaire citerend) de hetze tegen het VB aanklagen. Een wat minder verkrampte houding tegenover een mogelijk uiteenvallen van België zou in deze geen kwaad kunnen. Verkrampt nationalisme is geen goede raadgever, en dat geldt ook voor verkrampt Belgisch staatsnationalisme. Ik ben geen separatist in de zin dat ik een onafhankelijk Vlaanderen als een doel op zich zie. Echter, nog veel minder ben ik bereid om aan België vast te houden ten koste van democratie, rechtsstaat en welvaart. Het zal me worst wezen of ik in de staat België, Vlaanderen, Bruvoorde of Zottekensput woon. Mijn enige criteria zijn: respect voor het gelijkheidsbeginsel en democratie; vrijheid, rechtsstaat, vrede en welvaart. Mijn overtuiging is dat een consequente toepassing van de eerste twee criteria, gelijkheid en democratie, volstaat om de andere te garanderen. Democratie volgt dan weer logisch uit het gelijkheidsbeginsel, dat op zijn beurt gegrondvest is op de vaststelling dat er geen verdedigbaar argument bestaat voor een ongelijkheidsbeginsel (zie deze tekst van Jos Verhulst voor een meer filosofische onderbouw van deze redenering). In België staan al deze waarden op de helling. Het meest acuut is de welvaart bedreigd. Ik zie dat als een structureel probleem, dat dus om structurele oplossingen vraagt (daarover ging mijn allereerste artikel op deze blog, dat - in alle bescheidenheid - nog niets van zijn actualiteitswaarde ingeboet heeft). Maar het gebrek aan democratie in België staat zulke structurele oplossingen in de weg. De 'Belgische kwestie' is in de grond niets anders dan een vraag van democratie.