30 maart 2007

Mag de volgende premier een franstalige zijn?

(gepost op het forum van De Standaard rond dezelfde vraag) De huidige Belgische 'logica' is dat 50 % van de Belgische ministers van nu tot in de eeuwen der eeuwen (wat volgens de helft van de Belgen betekent: nog 50 jaar) franstalig is. De eerste minister wordt niet meegeteld omdat die 'taalneutraal' moet zijn. De tegenpartij (de taalgroep die niet de EM levert) kan daar streng op toekijken, wat de franstaligen gegarandeerd ook doen. Dat leidt automatisch tot een soort hypercorrectie bij de Vlaamse eerste ministers (cf. de superbelgen Martens, Dehaene, Verhofstadt). Aangezien Vlaamse politici op nationaal niveau doorgaans veel minder (lees: niet) 'op hun strepen staan' als het op taalgevoelige zaken aankomt, zal een franstalige premier zich in de praktijk veel minder taalneutraal opstellen dan een Vlaamse. Ik zie maar een oplossing: schaf de pariteit in de regering af en laat de premier rechtstreeks verkiezen. Maar ja, dat zou een voor ons land fatale overdosis democratie betekenen.

27 maart 2007

30 % racisten?

Lezersbrief aan De Standaard, 27 maart 2007 Waarde redactie, "30 % van de Vlamingen vinden zichzelf racistisch", schrijft DS. Welnu, volgens een recente studie van de Franse Commission nationale consultative des Droits de l'Homme geldt dat ook voor 30 % van de Fransen (terwijl 48 % vinden dat hun land teveel immigranten telt). Welke definitie van racisme hanteren al die mensen? Toch niet allemaal dezelfde? Wat kun je met zo'n uitspraak aanvangen (behalve stemmingmakerij) als je niet eens de gebruikte termen definieert? Even betekenisloos lijken me beweringen zoals "30 % van de mannen vinden zichzelf vrouwelijk" of "98 % van de politici noemen zichzelf democratisch". Ik roep journalisten en opiniemakers dringend op om alle ideologisch geladen termen steevast en ondubbelzinnig te definiëren alvorens ermee te goochelen. Geert Van Hout Berlijn